donderdag 24 april 2014

Sportief als we zijn


Gaatje in de spi
Na onze eerste wedstrijd moest er toch nog wat aan Fram gedaan worden: de mast moest nog goed getrimd worden, nieuwe val voor de genua, juiste snapshackles aan de vallen, genuaschoot repareren, spinnaker plakken - Kortom, tweede paasdag stond in het teken van tuning.

Wind
Pocket Grib, U-Grib, Windguru en Windfinder waren het allemaal eens over de windkracht circa 3-5 knopen. Alleen over de windrichting bestond nog geen consensus. Oost, Noord-Oost, Ruimend naar Zuid-Oost of toch steady. Ergens tussen uit de 45 en 135 graden zou de wind komen. Dat leek zeker.

Crew
’s Middags werden het weer en de baan besproken in de Team Fram Whatsapp groep. De crew bestond uit Rob, Lodewijk, Hennie en ik (Floris). Maar met de matige wind op het programma zouden we ook prima met drie man kunnen zeilen en kreeg onze Rob vrijaf, wat hem bijzonder goed uitkwam.

Start
We maken de gebruikelijke opwarm en timingsrondjes als plotseling de wind iets toeneemt. “Hé, dit is lekker!” De wind staat haaks op de vaste startlijn en we besluiten niet aan de hoge kant bij het startschip te starten maar juist bij de ‘pin end’. We komen helaas iets te hard aan, waardoor we moeten afremmen. Xander en crew zitten net onder ons en timen het iets beter waardoor zij onder ons door snellen en als eerste over de startlijn gaan. Wij kort daarna als tweede.

Helaas moet Fram weer een beetje opgang komen waardoor we als 7e om de eerste boei gaan. Vanaf hier is het kruisen en als we even niet opletten zitten we in een bakboord-stuurboord situatie met de Clara en Gooliath. We tacken mee en varen over bakboord verder. De Windrose kruist ons zog op een scheepslengte achterstand. Oppassen dus bij de volgende slag over stuurboord. Maar wederom gaan ze op een scheepslengte achter ons langs.

Links de Aquaholic, rechts de Brizo op het eerste rak.


Foutje! Bedankt
Team Aquaholic had wellicht iets teveel alcoholic bij het eten. Want als we de tweede boei ronden zien we hen rechtstreeks voor de derde boei gaan. Ze maken een navigatiefout en - sportief als wij zijn - helpen we ze even herinneren dat ze de 54 moeten ronden. Ze zijn weliswaar één van onze directe concurrenten, maar andersom zou ik het toch ook erg prettig vinden als iemand mij daar aan zou herinneren.

Na de 54 zetten we koers richting de D-boei om vervolgens verder te kruis naar de bovenwindse B-boei. Lodewijk stuurt strak en Hennie trimt de zeilen nauwkeurig terwijl ik me bezig houd met tactiek en weer eens heers op het voordek. Het lijkt richting de dijk harder te waaien en we maken een lange slag over bak. Sowieso een goed idee aangezien de wind vanavond tussen 18.00u en 21.00u zal gaan ruimen. De masttrim heeft het gewenste effect, want we varen lekker scherp aan de wind en zeilen even hoog als de X’en en J80s die ons langzaam voorbijkomen. Inmiddels liggen we vijfde met alleen nog de Brizo, Spoom, Geusje en Gooliath voor ons.

‘Op het kruisrak wordt de wedstrijd beslist', en dat blijkt maar weer eens als we bij de bovenwindse boei aankomen. We hebben een gat geslagen met de rest van het veld en zien hoe de Spoom de B-boei rond. Een net-niet planerende Bayliner passeert ons en trekt hoge golven waardoor de B-boei de Spoom raakt. Sportief als we zijn zeggen we er niets over (maar beschrijven het uitvoerig, waarvan akte). Dan begint het eerste ruimwindse rak, maar de wind is al iets gedraaid en komt iets voorlijker dan halve wind. We zetten toch de spi en al reachend halen we een kleine drie knopen.

Bij de C-boei kunnen we gijpen en hebben we een echt downwind rak. Het klinkt spectaculairder dan het is, want nog steeds komt Fram niet boven de drie knopen. Maar het gat met de rest van het veld wordt wel groter. En ja, we mogen ons onderdeel van de kopgroep noemen die wordt aangevoerd door het grote Waarschip (Brizo), gevolgd door de Dehler (Geusje) en het kleine Waarschip (Spoom) en wordt afgesloten op een vierde plek door die prachtige Friendship 28!

Het gat met de rest van het veld.

Wijze woorden
Het ongeloof van onze prestatie vertaalt zich in drie grijnzende mannen. Maar, zegt onze wijze stuurman ‘prijs de dag niet voor het avond is’. En dus gaan we niet speculeren over de uitslag. In plaats daarvan sturen en trimmen we secuur door. Op de Spoom begint stuurman Leo intussen een beetje te zweten. Ze hebben Fram nog nooit van zo dichtbij gezien en vragen zich opeens af welke rating wij hebben.

De Spoom van dichtbij.

In de tussentijd is het startschip meegevaren met de koploper en heeft besloten om de baan in te korten na het downwind rak. Een goed besluit en wat ons betreft op de goede plek. Met de spinnaker vol glijden wij geruisloos door de finishlijn.

We zijn blij en delen ons resultaat in de Whatsapp groep. We bergen de zeilen en schoten en concluderen dat we nog nooit zo snel gevaren hebben met zo weinig wind. Zou dit dan het voordeel van Fram’s gladde buikje zijn? Of is het de wens van de gedachte?

We hebben geen drank aan boord dus is het volgende rak naar het clubhuis. Hier krijgen we complimenten van onder meer de Aquaholic, Team Windrose en de Geusje over onze race. Ja, we zijn trots.

Ik loop even de kamer van de wedcie in om te kijken of Frans al een uitslag heeft. We hopen op een zesde positie na handicap en zijn benieuwd of we de Windrose ook na handicap zijn voorgebleven. Maar eerst moet nog iets opgehelderd worden. Het startschip heeft melding gemaakt van een valste start. De Dehler (Geusje) zou volgens hen te vroeg zijn gestart. Als voorzitter van de wedstrijdcommissie ga ik verhaal halen bij de heren van de Dehler die naar eigen zeggen op de startlijn lagen en ‘het ook zouden zeggen als ze te vroeg zouden zijn gestart’. Als ik nogmaals het startschip vraag of zij achter hun beslissing staan, durven ze het toch niet met 100% zekerheid te zeggen. We besluiten er verder geen punt van te maken, sportief als we zijn.

Uitslag
Dan komt het moment waar we natuurlijk allemaal op hebben gewacht. Linkerrijtje? Dat kan niet missen, maar hoe hoog? Sportief als we zijn pakken we een vierde plaats na handicap berekening.


Crew: Lodewijk, Hennie, Floris
Wind: 3-5 kn NO-O
Baan: 3 NO kort
Finish: 4 van de 14

dinsdag 22 april 2014

De kop is eraf!

‘Meneer Cornelissen? Uw boot is klaar.’ Het is dinsdagochtend kwart voor tien. Met één dag voor de eerste wedstrijd van het seizoen heeft Jachtservice Muiden de deadline gehaald en kunnen we ons opmaken voor een nieuw seizoen met Team Fram.


Als we dinsdagavond de boot omvaren heeft de wind de hele dag de golven van noord naar zuid gestuwd met vijf tot zes beaufort. Stampen dus. De volgende dag staat er helaas veel minder wind, 5 knopen is de voorspelling. Dobberen dus.

Crew
’s Middags belt Lodewijk met het nieuws dat hij een dubbele afspraak heeft en of ik iemand anders kan regelen. Zoniet, dan gaat hij mee. Maar gezien de windkracht (of windzwakte) lijkt me drie man crew genoeg en krijgt hij vrijaf. Ben is nog steeds aan het herstellen van een zware kneuzing en is nog niet wedstrijdfit, Rob heeft andere verplichtingen, dus René, Hennie en ik gaan de klus klaren.

Als we op de boot verzamelen is het weer ‘even inkomen’. Doordat we niet hebben kunnen zeilen, laatstaan trainen, zijn we wat onwennig. We vallen terug op onze ervaring en dat blijkt genoeg. Routine neemt de overhand en in een mum van tijd gaan de trossen los. De nieuwe mast en verbeteringen als een prefeeder voor de genua en een clamcleat voor de spi ophouder maken onze voordekker Rene enthousiast.

Eenmaal buiten maken we de gebruikelijke proefrondjes. Als Prins Willem vanuit zijn gouden koets zwaaien we naar al onze concurrenten die we een hele winter niet of nauwelijks hebben gezien. Opvallend zijn de nieuwe deelnemers en nieuwe boten. Een mooi 1/2ton Waarschip, de Winner 900, de tweede Vega, de nieuwe J80’s. Het belooft een mooi wedstrijdseizoen te worden.

Starten onder spi
De wind is krachtiger dan Windguru ons had verteld en met een 9 kn oost-zuid-oost wordt het een voordewindse start. Spinakeren dus. Met nog vijf minuten tot het startsignaal zijn we onze start aan het timen. Het gaat goed, we gaan over de startlijn bij wijze van generale repetitie en loeven op om weer terug te gaan naar het startgebied als plotseling het materiaal faalt.

Faal
Terwijl ik opstuur trekt Hennie de genuaschoot aan. De takeling in de schoot waar de softshackle doorheen gaat begeeft het en voordat we het weten trekt Hennie bijna de 22 meter lange schoot in zijn geheel door het oog. De genua klappert, de schoot is kapot en we hebben nog 90 seconden voor de start. Ik ga naar voren en Hennie neemt het roer over. Ik knoop de schoot met een paalsteek vast aan de genua. Maar een paalsteek in het midden van 22 meter lange schoot met een klapperend zeil is toch iets moeilijker dan ik dacht. Ik heb er de volle 90 seconden voor nodig. “Yes, we kunnen’, roep ik als het startsignaal heeft geklonken.

We liggen circa 50 meter van de startlijn en moeten afvallen naar de eerste ton, maar er gebeurt niks. Bootspeed 0. Opeens voel ik hoe de boot tolt op zijn kiel en de cijfers van de dieptemeter bevestigen mijn vermoeden. We zitten aan de grond.

Door de commotie op het voordek hebben we niet goed op het vaargebied gelet en dreigt onze eerste race in het water te vallen. ‘Allemaal aan de lage kant en zeilen aan’. Fram leunt naar rechts en glijdt langzaam los. We vallen af en hijsen de spi.

We starten nog geeneens als laatste, maar hebben wel het voordeel van vrije wind. We lopen direct in op het grote middenveld. Bij de eerste boei zitten we aan de binnenkant. De Aquaholic (formerly known as Gibsy) zit ons op de hielen maar past er niet meer tussen en heeft geen recht op ruimte. Hij wordt er ook uitgedrukt.

We draaien om de ton en zetten koers naar de bovenwindse ton. Inmiddels liggen we ergens op een zevende plaats. Helemaal niet verkeer na zo’n dramatische start. De baan is perfect gekozen en ligt precies in de wind. Met de matige 8 knopen besluiten we het spi rak af te kruisen in de hoop op een betere VMG. Het lijkt niet veel uit te maken, maar is sowieso een goede training voor gijpen met spi.


Smooth
De boathandling loopt smooth, er valt weinig aan te merken. We zitten direct weer in de wedstrijdmodus, daarbij moet ik wel vermelden dat het windje vergevingsgezind is. Eigenlijk ben ik de enige die fouten maakt. Doordat we met drie man varen zit ik niet dedicated te sturen. Tijdens het kruisrak vouwt Hennie de spi in en maakt Rene het voordek klaar waardoor ik alle zeilen bedien en 'even ruimte moet geven' op de groene spischoot. Hierdoor verlies ik wat concentratie en dus hoogte op het kruisrak waar we toch al moeite hebben. Want ook Fram moet wennen aan de nieuwe mast die blijkbaar nog te ver naar voren staat waardoor we circa 5 graden minder scherp varen dan we zouden moeten kunnen. Het lukt dan ook niet om de Windrose in te halen. We blijven op een gepaste afstand, drie rondjes lang. Op het laatste rak laten we de spi staan en varen we al reachend door de finishlijn.

Potverdikkie wat een fijne eerste race. In de haven zijn we kort in onze evaluatie. Met z’n drieën varen maakt het een stuk overzichtelijker, maar vooral de stuurman moet dan wel twee dingen (of drie) tegelijk kunnen. De boot heeft nog wel wat aandachtspuntjes. Verkeerde snapshackles op de rolreef, meer mastvalling, nieuwe genuaval, telltales in het grootzeil de to-do-list voor de volgende race wordt in rap tempo langer. Maar dat geeft niet. Het was tenslotte de eerste keer zeilen met Fram, toevallig in een wedstrijd.

After sail
In het clubhuis is het één grote gezelligheid. ‘Hoe is het met jou?’, ‘Veel geklust?’, ‘Mooie nieuwe boot!’ of in ons geval ‘Mooie nieuwe mast!’ Er wordt geproost en bijgepraat totdat Frans (onze nieuwste aanwinst in de wedstrijdcommissie) de uitslag bekend maakt. We gaan het niet spannender maken dan het is, we zijn op een 7e plaats geëindigd. En dat vinden we helemaal niet slecht voor een waardeloze start, short handed en met een niet optimaal getrimde mast. Nee, sterker nog, we zijn blij met dit resultaat. En daar drinken we op. Meerdere malen, waardoor ik samen met Sjoerd, Bert, Xander, Katja en Rob het licht uit doe. Hoewel het de volgende dag niet zo voelt, is de kop eraf!

Crew: René, Hennie, Floris
Wind: 5-9 kn ZO
Baan: 7 ZO kort
Finish: 7 van de 16

dinsdag 28 januari 2014

Team Fram Season 2013 [video]

Hier is 'ie dan! De film van het afgelopen seizoen met de highlights van de 24-uurs Zeilrace, Eenzame Noord Race, Woensdagavond Competitie, HH Cup en Hooikist Race.

maandag 21 oktober 2013

Met een knal het seizoen uit!

Wie zeilt, heeft mooie verhalen. En hoe langer je zeilt, hoe meer verhalen je hebt. Hoewel ze vaak op het moment zelf hachelijk, pijnlijk of ronduit doodeng zijn, blijken het later prima ijsbrekers in vreemde gezelschappen. Gepolijst door de tand des tijds en bijgestuurd door de schipper rijpen deze verhalen tot ware thrillers en worden ze beeldend verwoord vanaf een barkruk of het leugenbankje. Zaterdag 14 september omstreeks 13.00u begon ons verhaal.

We deden mee aan de Hooikistrace, waar ik als lid van de wedstrijdcommissie veel energie in had gestoken. De vele persberichten werden beloond met een grote opkomst. Meer dan dertig schepen stonden aan de start van de seizoenssluiter. Ik werd bijgestaan door mijn vaste crew. Hennie onze tacticus deed grootzeiltrim, Rob was verantwoordelijk voor de genua en toetsen, René deed zoals gebruikelijk het voordek en ik stond aan het roer en zag dat het goed was.


De wind was lekker met een kleine vier Beaufort uit het Zuidwesten. Op het Markermeer vertaalt zich dat al snel in een redelijke golfslag waardoor we in de eerste race bijna onze voordekker verloren. Het was voor René en Rob een kennismaking met serieuze condities. Beide heren zeilen nog niet zo lang en dit was dan ook de eerste keer dat ze een flinke wind om hun oren kregen op een flink meer. Spoedig zouden ook zij een mooi hoofdstuk aan hun zeilverhalen kunnen toevoegen.

De eerste race starten we fantastisch. We gaan als eerste over de lijn, tenminste als je de twee Tirions uit onze klasse niet meerekent. En dat doen wij ook niet, want een bootje dat planeert en bijna vier keer zo licht is, kun je niet met ons vergelijken. We zeilen goed en gaan als vijfde om de bovenboei. Het loopt niet lekker met het spinakerhijsen waardoor we meters verliezen en Team Windrose in onze nek begint te hijgen. Ze gaan ons voorbij maar overvaren de bovenboei waardoor we het tweede spirak weer net voor hen liggen. In dit spirak gaat alles mis. De spi is bijna bovenin als blijkt dat de schoot aan lij door de zeereling zit. Rene maakt 'm los maar de krachten zijn te groot. Als een wild paard kiest de spi het vrije pad.

De fout wordt gelukkig snel hersteld en we kunnen eindelijk spinakeren. De Windrose is ons allang voorbij en we kunnen alleen nog maar proberen zijn wind te verstoren. Na het derde spirak rammen we Fram over de finish. Spi neer, genua in en rustig doordobberen op het grootzeil.

Centrale Meldpost IJsselmeer heeft het al enkele uren over Noordwest zes op het Markermeer, terwijl de actuele wind Lelystad slechts vier Beaufort aangeeft uit het Zuidwesten. Ook wij, circa 10 mijl ten Zuiden van Lelystad, hebben 'slechts' windkracht vier. Maar dan pakken grauwe luchten boven Amsterdam zich samen. De witte zeilen steken als haaientanden uit het groene Markermeer. Alsof ze willen zeggen ‘kom maar op’.


Plotseling draait de wind 90 graden en vliegt met een snelheid van 20 knopen over ons heen. Alle ogen zijn gericht op het startschip. Ze lijken de baan te verleggen. Dat moet ook wel met deze windshift. Ook wij maken ons klaar voor de wedstrijd. We rollen de genua 2 weer uit om te kijken hoe Fram reageert op dit windje. We loeven op tot aan de wind. De boot gaat schuin, maar we lopen niet uit ons roer. Het is kantje-boord, om in het scheepvaart jargon te blijven. We overwegen een rif te zetten, maar omdat we met deze wind niet meer de spinaker kunnen gebruiken zijn de extra vierkante meters grootzeil voordewind wel handig. We twijfelen, maar daar komt abrupt een einde aan.


“Er is geen tijd om te balen. Het is gewoon zo.”
‘Pang!’ gevolgd door luid geklapper van de zeilen kondigt het begin van de crisissituatie aan. Ik zie de genua en het profiel van de rolreefinstallatie langszij. Als ik naar boven kijk zie ik dat de mast net boven het onderwant is gebroken en als de kleine wijzer in ‘vier uur’ naar stuurboord wijst. Er is geen tijd om te balen. Het is gewoon zo. ‘Roeien met de riemen die je hebt’, zouden de roeiers van onze vereniging zeggen. De wedstrijdmodus gaat uit, de crisismodus gaat aan.

“Allemaal laag blijven!”, schreeuw ik. “Ok jongens, luister! We kunnen de motor niet starten voordat alle lijnen en verstaging binnen is. Anders kunnen deze in de schroef komen en hebben we een nog groter probleem.” Het rare zeil dat nog overeind staat en de genua die nu niet meer van beneden-naar-boven loopt, maar van voor-naar-achter zorgen dat we met vier knopen doorvaren. We kunnen niet hoger dan halve wind en afvallen is geen optie want we zijn slechts een dikke mijl van lagerwal verwijderd. Natuurlijk neemt de wind verder toe en beuken de golven op ons in.

Het hoofdwant hebben Rob en Hennie direct binnen. De gebroken achterstag en kraanlijn vormen een probleem. Deze zitten alleen nog aan de top vast en slepen op vier meter afstand door het water. We moeten even afvallen inde hoop dat we deze lijnen (bijna) overvaren en met de pikhaak aan boord kunnen slepen. De eerste poging mislukt, maar de tweede keer grijpen we de kraanlijn. Ik was vergeten dat we die aan de achterstag hadden vastgemaakt. Een geluk bij een ongeluk. We vissen beiden uit het water en kunnen een kleine vreugdekreet klinkt over het dek. We kunnen de motor starten.

Inmiddels komt de Gibsy van Xander Bianchi, een andere deelnemer van de Hooikistrace, polshoogte nemen. Ze kunnen niks voor ons betekenen, maar hebben één waardevolle tip. “Ga naar Pampushaven”, schreeuwt hij luidkeels. Het is niet ver van onze positie. Mijn duim gaat omhoog en we zetten koers richting de vluchthaven.

Het hele principe van een vluchthaven kende ik niet voor de dodelijke storm van 7 juni 1997. Daar dateert een van mijn andere, inmiddels gepolijste, zeilverhalen. Toen voer ik met mijn vader midden op het IJsselmeer en konden we niet vluchten. Dit keer wel. We maken er dankbaar gebruik van.


“Mijn commando gaat verloren in de wind.”
In Pampushaven gaan we voor anker. Het rare zeil drukt de boot elke keer uit de wind. We moeten volle kracht vooruit geven om de boot recht in de wind te houden. René staat aan het roer en ik maak het anker gereed. “Hou je de diepte in de gaten?” Mijn commando gaat verloren in de wind. Ik roep nog harder: “DIEPTE!” René kijkt op het multi-log en gebaart dat we al in de ondiepte zitten. Vol gas achteruit. Fram valt weer meteen af en de zeilen stuwen ons met halve wind verder Pampushaven in. Ik gooi het anker uit in de hoop dat die ons in de wind wilt houden. “Anker is uit!”, roep ik en de lijn komt op spanning.

Ik loop terug naar de kuip en geef aan wat er moet gebeuren. “Rob en Hennie, probeer de zeilen te strijken. René, jij houdt de boot in de wind en geeft zo nodig gas bij. En allemaal goed kijken waar we nu liggen. Als het anker niet houdt moeten we snel handelen anders raken we aan lagerwal.” Ik zie Rob naar lagerwal kijken en kijk zelf ook even. Levenloze basaltblokken staren ons emotieloos aan.

We gaan snel verder. Iedereen begrijpt zijn taak. Voorzichtig maken we de vallen los. We hebben geen idee of hier veel spanning op staat en ik ben bang dat de mast helemaal kan afbreken als deze spanning wegvalt. Ik overleg met Hennie en we besluiten toch de klemmen te openen.

Gelukkig, er gebeurt niks… Shit! Er gebeurt niks! De genua krijgen we met geen mogelijkheid naar beneden. Alle vallen zitten knel in de geknakte mast. Het grootzeil krijgen we sowieso niet naar beneden doordat de gleuf waarde leuvers doorlopen verwrongen is. We schakelen over naar Plan B: Bind het zeil zoveel mogelijk bij elkaar. Maar de inmiddels 28 knopen wind verbiedt het ons. Hennie vraagt of het zeil ook door de giek naar de mast kan. ‘Ja natuurlijk! Goed idee.’ En we maken de onderlijkstrekker los en binden het onderste deel van het zeil aan de mast met de schoot van de genua. Het is grappig hoe elke kleine ‘overwinning’ je een energie-boost geeft. Helaas maakt die overwinning snel plaats voor een nieuw probleem. Ik zie dat we al twintig meter zijn verlijerd. “We hebben een krabbend anker!”

Kort leg ik René uit wat hij moet doen. Hij doet zijn best om Fram in de wind te houden en naar hogerwal te varen, maar het is geen gemakkelijke opgave. We gooien het anker opnieuw uit. Dit keer houdt hij nóg minder. De rotsachtige kust van Flevoland komt nu sneller dichterbij. De wind tikt zeven Beaufort aan. We geven gas bij, maar Fram is ontembaar met zijn gebroken mast.


“De golven rollen als vrachttreinen voorbij.”
Op kanaal 16, het noodkanaal, is het inmiddels aardig druk en zijn de eerste reddingsoperaties een feit. Dan vuurt mijn onderbewustzijn vragen op mij af: Hoeveel diesel zit er eigenlijk nog in de tank? Wanneer gaat de storm liggen? Hoelang houden we dit eigenlijk nog vol? Ik weet het niet. We kunnen niet over bakboord terugvaren naar Naarden. We zullen te snel verlijeren en de golven buiten Pampushaven zijn groot en rollen als vrachttreinen voorbij. Het anker houdt ons ook niet. En dan komt dat moment waar je vaak aan hebt gedacht. Het moment dat de situatie groter is dan jezelf aankunt. Het moment waarvoor ik dit jaar nog mijn marifoonexamen heb afgelegd. Het moment dat je de Nederlandse Kustwacht oproept.

“Daar gaan we dan”, zeg ik tegen mezelf en druk de 'press-to-talk' knop in. “Nederlandse Kustwacht, Nederlandse Kustwacht, hier Fram, ontvangt u mij?” Als ik de PTT knop loslaat hoor ik alleen maar het noodverkeer tussen reddingsboot 'Frans Verkade' en Den Helder Rescue. Ik kijk naar de antenne die ongeveer twee meter boven water steekt en met de punt richting die akelige rotsblokken wijst. Direct pak ik mijn iPhone. In mijn favorieten heb ik ooit de KNRM gezet. Het is voor
het eerst dat dit ook daadwerkelijk mijn favoriete nummer is. 'Den Helder Rescue zegt u het maar' klinkt er direct. 'Hier Fram, Papa Alfa 4423, onze mast is gebroken, liggen voor anker in Pampushaven, anker houdt niet, vier man aan boord, geen gewonden, willen assistentie met bergen.' Mijn eigen woorden klinken onwerkelijk en de adrenaline vecht tegen de emoties en andersom. Dit is het punt dat je niet wilt bereiken, waarom moet dit ons nu overkomen? Ik wil de boodschap herhalen, maar de regen op mijn wang heeft het elektronische binnenwerk van mijn telefoon bereikt en Den Helder Rescue reageert niet meer. Gelukkig hoor ik de oproep direct op kanaal 16. Het is goed aangekomen. Ik informeer de crew en zeg dat hulp onderweg is.


“Het is chaos, er zijn te weinig reddingsboten.”
We wachten en proberen de schade beperkt te houden. Over de marifoon horen we de reddingsboot Poseidon in gesprek met Den Helder Rescue: “Het is chaos, er zijn te weinig reddingsboten.” Zelfs de reddingsboten uit Huizen en Spakenburg rukken uit om te helpen op het Markermeer. “Ik ga eerst naar die omgeslagen catamaran en daarna naar die gebroken mast in Pampushaven.”, meldt de Poseidon. Die gebroken mast zijn wij. Het gaat nog even duren dus. We varen opnieuw naar hoger wal en gooien het anker weer uit. Het anker lijkt de moed te hebben opgegeven. “Gas bij!” De commando's zijn nauwelijks verstaanbaar door de harde wind. Het is ploeteren. Het spreekwoordelijke ‘pompen of verzuipen’ schiet door mijn hoofd en lijkt een stuk minder spreekwoordelijk. We hebben de situatie amper onder controle en verlangen nog steeds hulp. En dan zien we de Poseidon. ‘Shit het is geen KNRM’, is mijn eerste gedachte. Spookverhalen van dure sleep- en bergingsbedrijven dwalen door mijn hoofd. Rekeningen van duizenden euro’s achteraf in plaats van je KNRM wimpel laten zien. Even overweeg ik om de hulp te weigeren en te wachten op de jongens van de KNRM. Heel even maar. Want direct zegt een stemmetje in mijn hoofd: ‘Waar ben je mee bezig Floris? We kunnen de boot niet zelf terugvaren, we kunnen nauwelijks de neus in de wind houden, het anker houdt niet en daar zijn de basaltkeien. Kijk daar Floris, 50 meter verderop!’ We gaan met de man in zee.



Als hij langszij komt zie ik dat er een tweede man binnen zit. ‘Ok, dan zal hij nu wel sturen’, denk ik. Hij vraagt hoe hij kan helpen en ik zeg dat de snapshackle van de genuaval los moet zodat we dat zeil kunnen bergen. Hij begrijpt niet wat ik bedoel en ik stap bij hem aan boord en doe het zelf. Dan biedt hij een sleep aan. “Is dat nodig?” “Ja, de golven zetten je zo op de kant”, het Volendamse accent klinkt door zijn woorden. “En maak je maar geen zorgen over de rekening, dat komt wel goed!” De palingvisser kan ook al gedachten lezen. Het opzetten van de sleep gaat uiterst knullig. ‘Waarom stuurt zijn collega die boot niet even om ons heen?’, maar als ik nog een keer kijk snap ik het. Het is geen collega, het is zijn negenjarige zoontje daarbinnen. Er staat helemaal niemand aan het roer.

“Het roer zit direct vast.”
De sleepkabel willen we vastmaken maar komt al op spanning voordat we ‘m vast hebben. Rob en Hennie moeten ‘m loslaten. In een tweede poging lukt het om de lijn vast te maken maar drijft de bergingsboot ons in tegengestelde richting voorbij en de kabel komt tussen ons roer en de romp. Het roer zit direct vast. Wat een prutser. Maar goed, ik heb geen alternatieven. We krijgen de lijn los en dan kan de sleep naar Naarden beginnen.

De 'redder' van de Poseidon heeft ook nog tijd om een tweetbericht te plaatsen met bovenstaande foto.

Na een kwartier zeg ik tegen hem dat we niet zo rechtdoor kunnen varen want we steken 1,60 meter diep. Even naar de vaargeul a.u.b. Het is jammer dat ik hem eraan moet herinneren, maar wat ik veel erger vind is dat dit soort lui in hun eentje (zonder reddingsvest) dit soort acties mogen doen. Bij de KNRM krijg je vier volwassen, getrainde mannen in dry suites. Bij Beun de Haas krijg je een verveeld negenjarig jongetje.

De rest van de sleep gaat goed. We maken de eerste grapjes: “Kunnen we wel onder de Hollandse Brug door?”. En ook het bemanningsprobleem voor de Pinguin Cup in oktober is in een klap opgelost. In de haven varen we op eigen kracht naar de kraan. Mijn schoonvader en mede-eigenaar, Ben Rouwhorst, is direct in de auto gesprongen en maakt foto’s van onze entree. En mijn eigen vader, Lodewijk, toevallig aanwezig met zijn Albin Vega club, staat ons op te wachten.

Langzaam verzamelen andere wedstrijdzeilers zich bij onze gehavende boot. We horen dat de tweede race is afgelast. Een goed besluit dat voor ons net iets te laat kwam. Terwijl wij verslagen voet aan wal zetten en snakken naar een biertje vinden we dat we eerst de troep moeten opruimen.


We beginnen met de rolreefinstallatie los te maken. En dan gebeurt er iets moois. Ongevraagd beginnen de mannen van de Spoom ons te helpen en zie ik Rob van den Akker met een tang in zijn hand de voorstag losmaken. De crew van de Blue Box komt erbij staan en steken hun handen uit. Ook Dingeman Boogert helpt als we de boot moeten omkeren. Het is een warm bad na een koude kermis.


“Het is tijd voor dat biertje.”
Ben helpt mij met de verzekeringspapieren, terwijl Lodewijk en de rest van mijn crew druk zijn met het bergen en intussen foto’s maken voor de verzekering. Als de boot na een uur van zijn geknakte mast is ontdaan, varen we Fram terug naar de box. Het is tijd voor dat biertje. In het clubhuis is de prijsuitreiking allang voorbij en gaat iedereen huiswaarts. We zien dat we achtste van de twaalf zijn geworden. Niet slecht, maar het boeit niet.

De grote winst zat vandaag in iets heel anders. Het zat in de fantastische crew die geweldig heeft gehandeld. Het zat in die leden van R&ZV Naarden die ons spontaan hielpen. Want voor 1 middag maakten ook zij deel uit van de crew van Team Fram.

Crew: Rob, René, Hennie & Floris
Onshore crew: Ben, Lodewijk e.v.a.
Wind: 16-32kn ZZO-NW
Finish: 8 van twaalf

Inmiddels is het een maand later en heeft de verzekeraar FBTO laten weten de schade te vergoeden. Jachtservice Muiden heeft een offerte uitgebracht voor de verzekeraar. 5.100 euro exclusief sleepkosten. Voor onder meer het herstellen en vervangen van de zeereling aan stuurboord, de hekstoel, al het staand want, de rolfokinstallatie, de kraanlijn, de mastvoet (de mast stond bijna 30 graden gedraaid na de breuk) en natuurlijk de mast.

donderdag 26 september 2013

Support like a Kiwi

Amazed. I was simply amazed. Staring at my screen in awe, watching the live broadcast of the 34th Armerica’s Cup on YouTube. How is this possible? By ‘this’ I mean foiling boats, a huge comeback, a nation supporting one sailing team and me becoming a Kiwi fan. This regatta changed sailing forever. It marks a new era.

Just like Apple changed mobile phones with their first iPhone, the America’s Cup changed sailing with their 34th edition. Everything about the 34th America’s Cup is different, better and innovative. And I know a lot has been said about the rules, the boats, Larry Ellison and Gary Jobson. But if you just forget about that and look at what these races did for the sport I love so much, then we can only take our hat off and make a deep bow.

Like any sport competed at the highest level, new inventions find their way to the game. The Volvo Ocean Race introduced the canting keel in 2005 to smaller boats and a larger audience. The 34th America’s Cup introduced foiling to monstrous cats, just a couple of weeks ago.

All these inventions will make it to our lives eventually. Within a couple of years it will be completely normal to order your cruiser racer yacht with a canting keel and if you have more budget, you might even go for the wing instead of the sail. Who will tell? Well, I will. It’s just a matter of time.

Another great thing about this ‘oldest trophy in international sports’ is AC LiveLine. This changes the whole game. All of the sudden anyone can tell which boat is in front on the upwind leg. Knowledge that previously belonged to sailors and sailors only. Now you can watch this game with your non-sailing friends. But more importantly the game is accessible to a larger audience. And we all know: the more spectators, the bigger the budgets (although huge amounts of money were already spent to get 72-foot catamarans foiling). Thank you for that!

And thank you for the postponements. Yes, I said thank you. Because of these postponements the action packed 34th America’s Cup had bigger cliffhangers than Jack Bauer had in 24. It was the best show I’ve seen in a long time.

One of the biggest participants in this event was the wind. We will remember Iain Murray’s apologies for the bad news. Off course we didn’t shoot the messenger, we would wait for 10 minutes, half an hour or a whole day. Like Ken Read said, ‘we as sailors accept the delays and postponements, we are used to it’. Because we as sailors know we have to listen to the wind. Sure it messes with your agenda. Hell it prevented my favorite team from winning the Cup. But Mother Nature is the other mother you will always listen to. So night after night (the AC live broadcast started at 22.00pm in the Netherlands) we tuned in to YouTube, hoping conditions in San Francisco bay would be perfect.

The most impressive thing about this cup however, is not about the boat, the budgets, nor the actors. It’s about its viewers and supporters. Somewhere along the Louis Vutton Cup I became a fan of Emirates Team New Zealand. And when you watch a game between two teams, you automatically pick a side. I chose for Dean Barker, Grant Dalton and the rest of their crew. Don’t know why. It just happened. And at first we were winning. Yes I said ‘we’. But even after the first lost races I kept cheering for ETNZ. I became a fan.

My support got to a whole new level after reading the open letter on Sandysviews.com the day before the grand finale. I was struck by the enthusiasm and support of New Zealand, correction, Team New Zealand, ‘because that is what is written on the boat’. It almost made me proud to be an ETNZ supporter. And remember, I live on the other side of the planet and I’ve never been there. The only kiwi’s I know are next to the apples on my kitchen table. But the way Sandy wrote about the people back in New Zealand watching the game was heart warming. Not only sailors. No, the entire nation was holding their breath when Dean steered his cat into the starting box. I couldn’t believe what I was reading, so I googled for some proof of this nation wide support. And there it was. Images and video’s of people watching the game in a giant sports halls. Tough men, mothers, little children and grandparents, standing side-by-side supporting our Team New Zealand.

Dear New Zealand I envy you. What if we have the same massive support for the sailing sport, back here in the Netherlands? Then a Dutch entry for the next Volvo Ocean Race shouldn’t be such a problem. And don’t forget, we are a true sailing nation. We shouldn’t be too proud of it but we have conquered the seas centuries ago. Building boats ever since. Sailing at the highest level, at the extremes into the unknown. It’s in our blood. And we do have great sailors. Bouwe Bekking, Gerd Jan Poortman, Pieter Jan Postma and Dirk de Ridder to name a few. The only thing we need to learn is how to support like a Kiwi. And then hopefully one day we can bring the Cup to the Netherlands. Until then I’ll support Team New Zealand like a Kiwi.

donderdag 5 september 2013

De laatste wedstrijd werd een cliffhanger

Na weken van DNC en DNF’jes leek de Woensdagavond Competitie 2013 voor Team Fram al gestreden. En met de laatste wedstrijd voor de boeg keken alle deelnemers naar het algemeen klassement. Wij dus ook. Terwijl ik de naar beneden scroll kom ik Fram maar niet tegen. Is het dan zo’n dramatisch seizoen?

Uiteindelijk staat Fram op een 18e plaats (van de 26). Matig, maar niet al te ernstig. Of toch wel? Want van alle boten die vaak meedoen, staan wij laatste. Echt? Ik kijk het nog een keer na, maar onder ons staan alleen maar deelnemers die een paar keer hebben meegedaan. Auw.

Ik Whatsapp de crew met dit resultaat en zeg dat we ons als doel stellen om van die laatste plek af te komen. Dat betekent vlammen in de laatste wedstrijd. Het is een mooi doel en prima cliffhanger voor ‘onze’ eigen strijd.

Als het woensdag is belooft Windguru 5kn wind. Daar gaan we weer, of liever gezegd, daar gaan we niet. Want deze wind is, zoals jullie weten, te weinig om die 3500 kg van zijn plaats te krijgen. Maar als ik naar de haven rij en de vlaggen van Blijburg straf zie wapperen, verschijnt er een grijns op mijn gezicht. Mijn rechtervoet drukt ongevraagd het pedaal in en de Zweedse diesel komt morrend tot leven.

Crew
Tien minuten later in de haven lijkt het nog steeds een prima windje. Niet veel, maar wel 6-7 knopen. Net genoeg om niet stuurloos te zijn en lekker te kunnen zeilen. Het is de laatste wedstrijd van de WAC en daarom schipperen Ben en ik vanavond samen het schuitje. De genua trim en toetsen zijn in de handen van Rob en Rene zal vanavond niet vaak achter de mast komen. Onze steun en toeverlaat Hennie heeft vrij gekregen en kan zodoende een keer met zijn eigen Swiep. Natuurlijk wel met de kanttekening dat hij achter ons moet finishen.

De Swiep vaart de Draak en X-79 eruit ;-)

We varen naar buiten en de wind is prachtig. We hijsen de zeilen en ik studeer af op de valspanning, achterstagspanning en onderlijkstrekker. Optimale bolling, optimale zeilstand, optimale trim, optimale focus. Wat we ook doen vanavond, het zal optimaal moeten zijn. We moeten die nummer 17 voorbij!

Start
Ben stuurt de boot naar de start. De start is halve wind over bak. Snel bespreken we onze opties. Dobberen op de startlijn? Nee daar zijn we te zwaar voor. Van onder hoog aanvaren en afbuigen over de startlijn? Ja, klinkt goed, maar dat zal iedereen doen. En we hebben vaart nodig, 3,5 ton waterverplaatsing weet u nog? Uiteindelijk besluiten we aan de bovenkant te starten. Riskant, want dat wordt een indringstart. Maar we hebben dan tenminste geen vuile wind en ‘clean air is king’ volgens Ben Ainslie. We nemen het risico en varen als koningen af op de lijn.

Het hele veld nadert aan lij. Wij moeten wijken en proberen de vaart eruit te halen. Maar Massa x Snelheid is Energie en dus varen de 3500 kilo’s energiek door. Nog 10 seconden. ‘Shit we worden eruit gedrukt!’ Waarom gaan die seconden zo langzaam? De Seven vaart direct onder ons met daaronder de Windrose die begint te mopperen. Maar ik hoor niks van de Seven. Geen protest, dus ik doe alsof mijn neus bloedt. We proberen ruimte te geven zo ver dat gaat, maar proberen ook onze start te redden. Drie seconden nog en drie meter tussen de Seven en de startboei. Dan klinkt het sein. Iedereen valt af richting de eerste boei en wij passen net tussen de Seven en de boei. We liggen aan de hoge kant van het veld en varen naar de eerste ton. Het verdient niet de schoonheidsprijs, maar ach, we zijn ook wedstrijdzeilers, geen schoonheidszeilers.

Studie
Hoewel we ‘goed’ gestart zijn, laten we toch nog een boot over ons heenkomen. Foutje, alstublieft! Ben gooit meteen het gat dicht. Helaas voor de Noorse Volksboot achter ons, hij zal onder ons door moeten. Net als de Sunbreeze. Dit rare schip vaart hard door onze luwte en vuile wind heen. Ik snap het niet. Of eigenlijk ook wel. Onlangs ben ik begonnen met mijn studie ‘SW-ontcijferen’ en daar komen bijzondere zaken aan het licht. Met name als je de SA/D ratio berekent (Sail area/displacement). Een formule om een indicatie te krijgen of het schip snel of langzaam is. Dat is leuk. Doe maar met je eigen schip. Deel je maximale aandewindse zeiloppervlak door je waterverplaatsing in ton. Zit je onder de 20 ben je een toerschip, tussen de 20 en 35 ben je een cruiser-racer, boven de 35 ben je een echt formule 1 schip. Fram (met genua 1) komt op 39.9/3500= 11,4 en is op basis daarvan een van de langzaamste schepen uit de competitie. Neem je de Sunbreeze met 44m2 zeil en 2800 kg, dan kom je op een dikke 16 uit. Bovendien is het schip nieuwer en steekt dieper dan wij, tel daar de gunstigere handicap bij op en u begrijpt dat ik de SW nog niet ontcijferd heb.

Goed, mijn verhaal verlijert. We waren op het eerste rak nabij de eerste boei. Deze ronden we strak en we loeven op, opzoek naar vrije wind. Dan tacken we en begint het kruisrak. Iets wat ik sinds dit seizoen het leukste onderdeel vind van het wedstrijdzeilen. Zoals mijn vader altijd zegt ‘je wint of verliest het op het kruisrak’. Wijze uitspraken die elke wedstrijdzeiler kent of in elk geval kan beamen. Nu ik zelf vaker aan het roer sta voel ik Fram in aandewindse koersen veel beter aan. Eigenlijk kan ik wel zeggen dat ik de boot dit jaar pas echt heb leren kennen. Ook mede door de Eenzame Noord Race met veel wind en de 24-uurs.

Fine tuning
De wind is sterker dan ik dacht en de hekstag gaat iets aan, net als de valspanning van de gen en de onderlijkstrekker. Met de cunningham trekken we de plooitjes bij de mast eruit. We lopen hard en hoog, en we sturen strak.

Bij de bovenboei neemt Ben het weer over en maken we ons klaar voor het spinnakeren. We merken dat we allemaal een paar weken stil hebben gestaan, want we moeten 0,3 seconden langer nadenken dan normaal. Maar de routine is niet weggeëbd dus staat de spi in no time. Hallo Vega, dag Vega. Hallo Saffier, dag Saffier. Beneden moeten we de spi neerhalen, gijpen en direct ronden. Ook dit gaat foutloos. We zeilen super strak en foutloos. En dan varen we nog geen eens met een genua 1. Dit belooft wat.

Finish
Vlak voor de finish haalt de zwarte Saffier ons meters voor de finish in, terwijl wij de blauwe Saffier van Eric weer passeren. Als zwanen in elkaars kielzog doorsnijden we strak na elkaar de startlijn. Sierlijk, geruisloos en met klasse.

We zijn blij: Boatspeed = crewhappiness. Het maakt me niet meer uit hoe we eindigen, want deze wedstrijd was fenomenaal. Rene denkt ‘linkerrijtje’. Ik betwijfel het ten zeerste.

Uitslag
In de haven ga ik snel naar het clubhuis. Ik moet de uitslag presenteren en heb een prachtige powerpoint presentatie mee met leuke statistieken die Bernard bij elkaar heeft getoverd. Ik wil de laatste uitslag verwerken in de overall uitslag maar als ik in de kamer van de wedstrijdcommissie kom, klinken de verwijten over en weer. Een protest in de sportbotenklasse leidt tot een verhitte woordenwisseling tussen de Nelly en de Dragonfly. Het onderstreept nog maar eens dat de Woensdagavond Competitie een serieuze competitie is. Hoewel ik de aanleiding heb gemist, klinkt het interessant. Én amusant. De uitslag laat nog even op zich wachten en het oordeel inzake dit protest wordt opgeschort. Ons reglement geeft niet voldoende uitsluitsel en we zullen de Josje’s Hofland van deze wereld moeten raadplegen. Want ook wij als wedstrijdcommissie nemen de WAC serieus.

Dan komt de crew van Team Windrose en hoor ik ‘protest’, ‘Seven’ en ‘Fram’ in één zin. Het gaat over onze ordinaire indringstart. ‘Shit’, denk ik bij mijzelf. Dat zou zonde zijn van zo’n mooie wedstrijd. Wim zegt dat het niet kan, zo’n indringstart. Ik zeg dat ik daar ook al achter was, maar dat ik geen protest heb gehoord van de Seven. Dit is ook ons enige rechtsgeldige argument. Wim beaamt dat daar nog een ontsnappingsclausule zit, maar dat het eigenlijk niet kan. Ik geef toe dat het niet netjes was, maar dat het niet zo bedoeld was. We kwamen te vroeg aan.

Eindelijk staakt de protest-discussie uit de sportboten klasse en kunnen we de balans opmaken na 21 wedstrijden. Als de uitslag klinkt blijkt dat van de 20 schepen wij als 11e zijn geëindigd. We hebben de twee Saffieren, Windrose, Sunbreeze en de Seven achter ons gelaten. Hennie heeft zich ook aan de afspraak gehouden en eindigt netjes achter ons op een respectabele 15e plek.

Hiermee is ons doel bereikt. We zijn op de valreep nog een plek opgeschoven in het eindklassement en eindigen dit seizoen op de zeventiende plek van de 26. Daar zijn we blij mee. Het toont veerkracht, karakter en kunde. Nou is dat misschien iets overdreven, maar ik ben erg blij dat we met z’n vieren zo super strak gezeild hebben en dat die zogenaamde laatste plaats nu aan iemand anders toehoort.

Retroperspectief
Begin van het seizoen hadden we het over het linkerrijtje. Daar wilden we eindigen. Waarom dat niet is gelukt is een combinatie van factoren. Het team viel uitelkaar doordat Ben en ik om en om zeilen. Daarnaast hadden we ook relatief veel materiaalpech; van snapshackles die in de top van de mast spontaan de spi loslaten tot gescheurde genua’s. Tel daar de drie DNF’jes en vier DNC’tjes bij op en je houdt elf wedstrijden over. En natuurlijk hebben we binnen deze elf wedstrijden ook wel eens een foutje gemaakt. Denk aan de wapperende spi. Voor de einduitslag tellen de twaalf beste wedstrijden, maar zover zijn wij nooit gekomen.

Desalniettemin zie ik dat we veel progressie hebben gemaakt. Rob die sinds dit jaar meevaart en ongeveer 0 uur zeilervaring had, laat een enorme ontwikkeling zien. Als hij dit volhoudt vaart hij in 2018 met de Volvo Ocean Race mee. Daarnaast hebben we een paar technieken aangepast, is de boot aangepast (denk aan een nieuwe traveller) en is iedereen in zijn rol gegroeid. We zien daarom enorm uit naar de Hooikist Race en de Pinguin Cup en gaan volgende week nog één woensdagavond vlammen tijdens de Hennie Hoenselaar Cup. #zinin


Crew: Rob, Rene, Ben en Floris
Finish: 11e van de 21
Baan: 5 (Oost kort)
Wind: NO-OZO 7-4kn

donderdag 22 augustus 2013

Gezellig, leerzaam en…

Eigenlijk was het de beurt aan Ben om Fram mee uit racen te nemen. Maar doordat mijn werk mij volgende week woensdagavond nodig heeft hebben we gewisseld. Met het gevolg dat de training van afgelopen dinsdag naar volgende week dinsdag verschuift en de vergadering van de wedcie naar deze dinsdag kon. Ja het was een hele puzzel om de ‘klant’ te plezieren en het team zeilende te houden. En niet onbelangrijk de organisatie van de Hooikist Race in goede banen te leiden. Schrijft allen in!






Maar het omgooien der agenda’s was niet het ergste hoor, collega. Ach, ik noem je gewoon bij naam Natasja. Nee, het ergste is dat telkens wanneer ik aan boord stap, de wind weg is. Bang dat ik hem te slim af zal zijn. Bang dat Fram in de voorhoede ligt. Bang dat we een keer een goed resultaat neerzetten. En dus werd ik getrakteerd op de meest kansloze wind van dit seizoen.

Niet optimaal
De bekende sites en apps voorspellen eerst nog 6 knopen. Maar dan wordt het al snel 4, om uiteindelijk tot een historisch dieptepunt te dalen: 1 knoop. Weliswaar met windstoten van… 1 knoop. Dat is niet optimaal. Gelukkig stond er ook nog een windshift van 100 graden op het programma. #kansloos

Ik gooi de voorspellingen in de whatsapp groep en zeg dat we vanavond best met drie man af kunnen. René grijpt zijn kans en meldt zich direct af. Helaas moet onze derde man even later ook afmelden. Hij heeft een legitiem excuus. Dat betekent dat het dual handed team van de Eenzame Noord Race de kar moet trekken. Of liever gezegd, de schoot.

Lodewijk is er bijtijds en we besluiten gewoon te gaan. Bovendien vond ik het knagende gevoel van vorige week alles behalve plezierig. Toen zijn we niet gegaan omdat de crew afhaakte (allemaal legitiem) en de wind kansloos leek. Achteraf bleek er toch nog 6-7 kn wind te staan, waardoor ik thuis mijn schoen heb opgevreten. Gaan dus!

Start
Op het Gooimeer is het een mooie zomeravond. De slurpende V8 van een Bayliner brult over het bijna rimpelloze meer. De niet wedstrijdzeilende boten komen tuffend voorbij en wij maken ons klaar voor een wereldstart.

Want dat werd het. Richting de bovenboei met alleen de Spoom en de Kyan voor ons, komen wij op snelheid aan. Dat wil zeggen, 0,2 knoop. Met nog vijf minuten te gaan en 60 meter tot de startlijn is het lastig inschatten of we goed uitkomen, maar de tijd geeft raad en we zitten goed. Het startsein klinkt en we zitten aan de hoge kant. We gaan als eerste over de startlijn. Tenminste, als we de te vroeg gestarte boot aan lij niet meerekenen. Ik noem geen namen.

Trimmen uit het vuistje
Ik zit in de zeereling aan de lage kant en trim de genua uit het vuistje. Lodewijk stuurt de boot met de pink en we praten uitsluitend naar achteren om zodoende de luchtverplaatsing in ons voordeel te laten werken. Na een kwartier is de helft van de vloot nog niet over de startlijn. Het geeft aan hoe weinig wind er is.

Bakboord - Stuurboord
Dan komt de eerste shift. De genua staat opeens bak en we moeten wel tacken. Hierdoor liggen we op bakboord en moet de Kyan, die bij de start er al uitgedrukt werd door de Spoom, voor ons wijken. Maar wij zijn de lulligste niet. En sturen achter hem langs. Als ze voorbij zijn roept Lodewijk: “Vergeten jullie niet iets?” Vertwijfeld kijken ze ons aan. “Wij zeggen dan altijd ‘dankjewel’”. Een glimlach met een schamel dankjewel klinkt uit de zeereling van de Kyan.

De briljante start wordt na driekwartier dobberen gecompenseerd door onze niet geringe waterverplaatsing. De vloot ligt gelijk en sommigen hebben ons ingehaald. Als we na een dik uur niet verder zijn dan halverwege het eerste rak, klinken de eerste vrijwillige DNF’jes van de concurrenten. Inboards en outboards komen tot leven en morren demonstratief terug naar de haven.

“Wat doen wij?” vragen we elkaar. We rekenen uit dat we met deze snelheid zelfs niet voor tien uur bij de drastisch ingekorte finish zijn. En als we het wel halen, zullen we laatste zijn. Met de 24 uurs zeilrace voor de deur hebben we betere dingen te doen. We starten de motor en tuffen onder het toeziend oog van de rode zon terug.


24-uurs zeilrace
In de box checken we de laatste dingen voor de 24-uurs. Hoeveel diesel zit er in de tank? Genoeg, maar niet teveel. Is de verbanddoos compleet? Hoeveel koffie is er nog aan boord? En dan bekijken we de dingen die er uitkunnen: de stuurautomaat, extra lierhandels, oude lijnen, rugleuningen van de banken, schoonmaakspullen, kinderspeelgoed, lege bierflesjes. Als ik het zo opsom lijkt Fram een echt toerjacht, terwijl eigenlijk best ‘light travellen’.

We drinken nog een biertje en bespreken kort de verschillende startplaatsen voor de Delta Lloyd 24 uurs zeilrace. Deze race was gezellig, leerzaam en volkomen kansloos.

Crew: Lodewijk en Floris
Finish: DNF
Baan: 15
Wind: VAR 3-1 knoop

Volg ons ook op Facebook.
Tijdens de 24-uurs kun je Team Fram volgen via twitter @TeamFram
En wil je op de hoogte blijven van Nederlands zeilwedstrijden, zeilteams en clubregatta's? Volg dan Zeilers & Racers