woensdag 31 augustus 2011

Twee wedstrijden met de wind van één

Door de 24uurs zeilrace had ik geen gelegenheid om de wedstrijd van vorige week te beschrijven. We waren druk met de voorbereidingen en de race zelf. En dat terwijl ik met volle teugen heb genoten van deze windloze woensdagavond ervoor. Daarom toch nog een kort verslag.


Travel light
Paul belde vlak voor de wedstrijd af, een doodzonde, maar gelukkig had hij een goed excuus. En eigenlijk was het niet zo heel erg. De voorspelling was kansloos met zo’n 4-6 knopen wind en dan kun je maar beter licht reizen. Dus maakten Ben, Hennie en ik ons op voor een avondje stilzitten en tot ver achter de komma trimmen.

Kansloze missie
Na een goede start begonnen wij vol moed aan een kansloze missie. Iedereen is het er over eens, onze boot presteert gewoon heel slecht onder de 7 knopen wind. Hij is zwaar en log, komt moeilijk opgang en ligt al snel stil. Tel daar de verkeerd gesneden genua 1 bij op – die op de aanwindse koersen niet goed te trimmen is – en we hebben een verklaring waarom we juist in deze wedstrijden benedenmaats presteren. Gelukkig komt Aat Kool van Hagoort Sails a.s. woensdag hoogstpersoonlijk polshoogte nemen.

Spinnakeren
Ondanks deze wetenschap kozen wij ervoor om toch uit te varen. Niet veel later hezen we de spinnaker en gleden wij met grote grijnzen over het Gooimeer. De wedstrijd werd nog een echte strijd toen we op de spinakerrakken in duel gingen met de Gibsy.

De loef afsteken doe je zo
Terwijl we de Gibsy op de hielen zitten, dreigen we hem voorbij te lopen aan de lage kant. Dit heeft geen zin, dus zeg ik tegen Ben dat hij de boot over de Gibsy moet sturen. Hennie pikt het op en we gaan in ‘stealth mode’; geen verdachte bewegingen, niet kijken en fluisteren (Ja Wim, we hebben opgelet toen jij aan boord was). Ben stuurt langzaam omhoog, maar dit moet snel anders hebben ze ons door en gaan ze mee loefen. Ik neem het roer even over en stuur de boot snel omhoog, terwijl Hennie de loefschoot van de spinnaker viert. De Gibsy ziet het, maar het is te laat. We zijn al over hem heen. Een leuk partijtje loef afsteken is begonnen, waarbij de Gibsy nog wel even terug in de schoolbanken moet. Want het boekje met de wedstrijdregels hebben zij blijkbaar bij de kassa laten liggen. Uiteindelijk lukt het ons om de Gibsy, Atlantis, Vega, Vindö 32 en Etap achter ons te houden. Helaas staan ze allemaal, op één na, na handicap weer boven ons. The story of our lives.

De een-na-laatste wedstrijd
En dan nu het verslag van de afgelopen wedstrijd. In tegenstelling tot de vorige wedstrijd, waren we deze een-na-laatste wedstrijd met de voltallige harde kern. Rene was terug van vakantie en Paul was weer van de partij. Een volle bak. Iets te vol, als je het mij vraagt. Want met vijf man en minder dan vijf knopen wind, zit iemand (of zelfs twee iemanden) zonder taak. Maar ondanks de overcapaciteit besloten we ons best de doen om een goed resultaat neer te zetten.

Roerganger
Voor het eerst dit seizoen stond ik van start tot finish aan het roer. Erg fijn. Vanuit deze positie heb je weer een andere blik op het reilen en zeilen van de crew en voel je veel beter wat de boot doet.

Startschip is niet de startlijn
De start leek goed te gaan, met de nadruk op ‘leek’. Want enkele scheepslengtes voor het startschip zien we pas dat het startschip ver voor de startlijn ligt. Paul en ik kijken elkaar aan en beseffen het tegelijk. Shit, we moeten 60 meter verderop starten. Het is te laat, we liggen al meteen bij de start een-na-laatste.

Ongelukkig
De wind in combinatie met de baan is ook enigszins ongelukkig. Geen echte voordewindse spinnakerrakken. Als troost heb je dan ook redelijk makkelijke kruisrakken. We weten de Gibsy, Vindo 32 en Atlantis in te lopen. Op het een-na-laatste rak gaan we ze zelfs voorbij, maar vlak voor de finish zakt de wind helemaal in en zijn we nergens meer. Alleen de Marvelous en de Nessy liggen nog achter ons. Het zal wel weer een een-na-laatste plek worden.

After sail
Als we na afloop de wedstrijd bespreken valt er weinig te zeggen. We hebben goed gezeild, constant getrimd, sterke verhalen verteld over de afgelopen 24-uurs zeilrace (zie hier de trailer) en geen boeien overvaren of aangevaren. Rene was scherp en behoedde ons voor een blamage toen hij op tijd ontdekte dat Paul de spinnaker verkeerd had ingevouwen. Jammer dat Rene, net als de spinnaker, ietwat opvliegerig was (grapje Rene, moet kunnen toch).

Conclusie
Eigenlijk kun je, op wat wier na, alleen spreken van een slechte start. En met zo weinig wind en zulke korte rakken, maak je dat niet makkelijk meer goed. De logheid en diepe kiel werken nu tegen ons. De oplossing is simpel. Beter starten, een goed gesneden genua 1 en minder crew. Of gewoon naar Paul luisteren, die doodleuk zei: ‘Onder de 6 knopen moet je gewoon niet uitvaren.’ Altijd fijn, een stukje Amsterdamse nuchterheid aan boord.

Crew: Paul, Hennie, Rene, Floris & Ben
Wind: 4-6 knopen (NNW)
Baan: 15
Finish: 15e (van de 16)

donderdag 18 augustus 2011

Heerlijk avondje boeienronden

Na de grensoverschrijdende wedstrijd van vorige week had ik mij voorgenomen het rustig te houden vanavond. Het doel was lekker zeilen en de boot heel houden. Xander, de schipper van de Gibsy, herinnerde mij daar op sarcastische wijze aan: “Ga je weer spinnakeren?” De sneer deed mij weinig, het hoort erbij. Bovendien; onze tijd komt wel, en sneller dan jij denkt!

De voorspelling
Ben is een weekendje zeilen op een andere Friendship en dus stapte Lodewijk weer eens aan boord. Samen met de harde kern Hennie en Paul begonnen wij aan een heerlijk avondje boeienronden. De voorspelling was zeer matig; zes knopen afnemend naar vier. Maar eenmaal buiten stond er een prima briesje. Ik schat 7 tot 8 knopen wind uit NNW richting. In ieder geval genoeg om de boot lekker richting de finish te kunnen trimmen.

Indringstart
De start was tumultueus. Na enkele oefenstarts kwamen wij hoog aan de wind op de bovenwindse startboei af. Deze boei werd gevormd door het startschip. Met zeil over bak en hoog aan de wind hebben we voorrang op iedereen. Gek genoeg zagen de schepen die hoger lagen (en dus een ruimere koers voeren) dat niet zo. Wilden ze nu met ze tienen tegelijk een indringstart maken?

Krap
We stevenden af op een zeer goede start, hoge kant van het veld en als eerste over de startlijn. Maar de Seven, Job en de Vrijheid gooiden roet in het eten en probeerde tussen ons het startschip te kruipen. En dan moet u weten dat daar slechts een halve meter ruimte was.

Voorrang hebben is iets anders dan voorrang krijgen
Ik wilde van geen wijken weten en hield stug mijn koers. Want meer voorrang dan dit, krijg je niet in de zeilsport. De andere boten moeten nu wijken en kunnen daardoor niet starten. Dit zou meteen een dikke winst voor ons opleveren; als eerste over de startlijn en meteen een aantal directe concurrenten achter je laten omdat zij opnieuw moeten starten. Een grijns op mijn gezicht. Helaas verdween deze ook weer even snel toen bleek dat zij ook van geen wijken wilden weten. Een aanvaring was aanstaande.

Contact
Gelukkig was de wind matig en viel iedereen stil doordat we in elkaars luwte zeilden, hierdoor tikte de Seven ons slechts zachtjes aan en konden we hem afhouden met de hand. Maar contact was er wel degelijk en er was ook geen voorrang gegeven. Dus strafrondjes varen of een DSQ’uutje accepteren!

Waar 2 honden vechten om 1 been…
De boten die onder aan de startlijn startten profiteerden van het geschipper aan de bovenkant. Bij de eerste boeironding lagen we dus weer eens op een achtste plek. Maar met een ware wind van zo’n 80 graden begonnen we aan een inhaalslag. Met Team Windrose in mijn nek hijgend, stuurde ik de boot ver naar de bovenkant van het veld opzoek naar vrije wind. Dat pakte goed uit. We hielden de Windrose achter ons en lagen binnen no time vijfde.


Paul houdt nauwlettend de achteropkomers in de gaten. En dat gaat beter met mooie handschoenen. Toch Paul?

Probleemkindje
Na het ronden van de benedenwindse boei begon het kruisrak. De Clara stoof er vandoor en ook de Gibsy liep van ons weg. Hoewel we de boot tot in de perfectie probeerden te trimmen, bleef de genua 1 ons probleemkindje. Wanneer komt Aat Kool nou eens terug van vakantie? Dat ding moet vervangen worden door een goed gesneden gen 1!

Ouderwets lekker spinnakeren
We maken het wel weer goed op het spinnakerrak. Door de afwezigheid van Rene was ik weer eens voordekker. En met een gerepareerde spi, een nieuwe schoot aan bakboord en nieuwe snapshackles op kosten van George Kniest (waarvoor dank), stond niets ons in de weg om weer eens lekker te spinnakeren. Waarvan akte.

De leerling en de meester
We liepen de Clara en de Gibsy weer voorbij maar moesten lijdzaam toekijken hoe zij uitliepen op het kruisrak. Voor het tweede spinnakerrak rondden we de boei vrijwel tegelijk met Team Windrose. Bert (de eigenaar van Team Windrose) heeft ons vorig jaar de fijne kneepjes van het spinnakeren geleerd. En dit was een mooi moment om te laten zien dat we hebben opgelet. Na de gijp zette ik zo snel als ik kon de boom, loefschoot erdoor, neerhouder eraan, tas open en hijsen. En ja, onze spi stond eerder dan die van de meester.

Finish
De laatste twee rakken naar de finish voer Windrose nog steeds in ons kielzog. En scherp aan-de-wind, zoals eerder beschreven, kunnen we niet optimaal de genua trimmen. Gelukkig was het laatste rak niet hoog-aan-de-wind maar gewoon… eh.. aan-de-wind. Met Paul aan het roer en Lodewijk en Hennie aan de schoten werden de zeilen tot op de millimeter nauwkeurig getrimd. En het hielp, want de voorsprong op Team Windrose wisten we uit te breiden van enkele scheepslengtes tot tientallen meters.

After Sail
Ik was zeer enthousiast over de wedstrijd. Vooral omdat we lekker gezeild hadden. We begrepen elkaar en alles liep lekker aan boord. En dat er geen schade aan de boot is, is natuurlijk ook wel eens lekker. Natuurlijk zijn er ook na zo’n wedstrijd verbeterpunten. Tactisch gezien hebben we wat steekjes laten vallen, met name bij de benedenwindse boei. Maar ook daar hebben we weer van geleerd.

Protest
Terug naar het clubhuis voor de uitslag. Ik twijfel of ik protest moet maken over de start. Ondanks dat ik in mijn recht sta, diskwalificeer ik naar alle waarschijnlijkheid alleen de Seven, met een beetje geluk de Vrijheid. De Job pleit zichzelf waarschijnlijk vrij doordat deze (ook) door de Seven werd geraakt een daardoor stuurloos werd. Ik besluit er geen punt van te maken omdat we er niets mee opschieten. De Seven is immers toch na ons gefinished. Bij de bar spreek ik nog even de crew van de Morning Cloud aan die ons geen voorrang gaf op het eerste rak. Hier hadden we natuurlijk ook moeilijk over kunnen doen, maar het heeft ons te weinig hinder opgeleverd en het moet wel gezellig blijven. Voor je het weet ben je een tweede Gibsy ;-)

Crew: Paul, Hennie, Floris & Lodewijk
Wind: 4-8 knopen (NNW)
Baan: 15
Finish: 11e (van de 13)

zondag 14 augustus 2011

Grenzen verkennen

Hoewel ik een bepaalde eindnotering in het klassement voor ogen heb, staat dit seizoen vooral in het teken van het vormen van een goede crew, het leren spinnakeren en betere tactiek. En in die leercurve gaat er wel eens wat mis. We komen onze grenzen tegen en soms die van de boot.

Start
Afgelopen wedstrijd hebben we op alle fronten de grenzen gezien. Zowel van de crew als het materiaal. De voorspelling was 15 knopen wind met uitschieters naar 24 knopen. Vlagerig dus. Onze start was goed. We kozen ervoor om niet aan de hoge kant te starten want die lag in de luwte. De lage kant was riskant ivm met verstoorde wind. U raadt het al, wij namen de gulden middenweg en gingen als derde schip over de startlijn.

Nog even spinnakeren
Op het tweede rak konden we de spinaker hijsen, maar we keken het nog even aan. We hebben immers vlagen van zes beaufort in de doeken. Maar een paar honderd meter voor de boei lopen we niet meer hard en besluit ik dat we de spinnaker moeten hijsen. Hoewel het niet helemaal vlekkeloos verloopt, was hier nog geen vuiltje aan de lucht. Op de downwind rakken zou het pas echt spannend worden.

Wilde stier
We halen de spi naar binnen en varen vanaf de 47 naar de D-boei. Dit rak is nog geen halve mijl lang en het lukt ons niet om de boot spinnakerklaar te hebben voor de bovenwindse boei. Hoewel er twijfel aan boord is of we de spi moeten hijsen vind ik dat we nog lang niet onze maximale snelheid lopen. Het log geeft 5 knopen aan, daar kan zeker nog een knoop bij. Dus hijsen we de spi. Het lichtweerzeil demonstreert en is bijna niet te temmen. Als een wilde stier trekt hij aan de mast. Tot overmaat van ramp hebben we ook een zandloper. We kunnen niets anders dan de spi weer binnenhalen. Bij het binnenhalen trekt onze voordekker de nieuwe snapshackle kapot. Ik hoor ze bij Kniest nog zeggen; ‘nee we hebben nog nooit klachten gehad over deze snapsluitingen’. Dit grapje heeft ons een aantal posities gekost. Maar we laten ons niet kennen.

Zandloper
We halen de spi binnen en ik doek deze benedendeks op. Daarna repareer ik direct de spischoot en pak onze reserve snapshackle. Met een paalsteekje aan de schoot en we’re good to go. Op het tweede downwindrak zijn we op tijd klaar voor de spi. Nu zal alles goed gaan. We checken alles twee keer, trekken het onderlijk goed uit elkaar zodat er geen zandloper kan ontstaan en hijsen snel de spi. Maar inmiddels is de wind toegenomen. We hebben vijf bft met uitschieters naar een kleine zeven in de rug. Als de spi eenmaal wind vangt laat ‘ie dat weten ook!


Geen controle
We varen pal voor de wind en we beginnen te rollen. Hier komt de theoretische kennis van pas, maar schiet de praktijk te kort. Omdat de boot zo hard rolt bestaat de kans op een Chinese gijp. Dat is het laatste wat ik wil. Ik roep dat we moeten oploeven. Hierdoor voorkomen we dat we blijven rollen (heen en weer slingeren). Echter ontstaat er een misverstand, Ben wil naar de boei sturen en ik wil de boot onder controle houden. Dit kan niet tegelijk, dus moeten we eerst een stuk van de boei afsturen om de boot te bedwingen. Als Ben de boot oploeft spuit Fram vooruit. Het log schiet omhoog en telt 7,4 knopen. Ik verbaas me dat het slechts 7,4 knopen is. Maar daar is niet veel tijd voor. De spi moet naar beneden zodat we weer naar de boei kunnen varen. Maar dan slaat het noodlot toe.

Laten gaan
Op onverklaarbare wijze is de loefschoot uit de boom gesprongen en vliegert de spinnaker voor ons uit. De spi trekt ons plat en ik zeg tegen Ben dat hij achter de spi aan moet varen. Dit is de enige manier om die 60m2 in de luwte van ons grootzeil te krijgen en ‘m naar binnen te halen. Maar het lukt niet. De wind is te hard en de spinnaker heeft het teveel naar zijn zin. Ik besluit de loefschoot te laten gaan en de spinnaker aan de lij schoot naar binnen te trekken.

Een leuk beeld (voor de tegenstanders)
Waarschijnlijk tot genoegen van onze tegenstanders zien ook wij hoe de spinnaker spastisch op 10 meter hoogte klappert. De 17 meter lange loefschoot klappert zo hard dat de reserve snapshackle openslaat en zichzelf bevrijdt van de ongecontroleerde bewegingen van de spi. De schoot valt met een sierlijke beweging in het Gooimeer. Het lijken wel slow motion beelden.

Het einde is nog niet in zicht
Intussen probeert Hennie de lijschoot naar binnen te halen, maar het lukt niet. Ik vier de val nog iets, maar de spi gaat alleen maar verder voor ons uit klapperen. Dan raakt hij het water en moeten we nog oppassen dat we er niet overheen varen. Ben reageert adequaat en stuurt de boot er langs. Het klapperen is verminderd, maar een nieuw probleem doet zich voor.

Een echt probleem
De spinnaker vult zich razend snel met zo’n 20.000 liter water en legt de boot stil. Hennie, veruit de sterkste man van de competitie in Naarden, geeft aan dat hij het niet meer houdt. Nu hebben we echt een probleem! Feike springt bij en ik trek het grootzeil aan, opdat deze minder wind vangt. Dan vier ik de spival helemaal. Er ontstaat wat verlichting en we krijgen de spinnaker eindelijk aan boord. We gooien ‘m in de kajuit en moeten nu kruisen om de benedenwindse boei nog te halen.

Finish
Inmiddels hebben we twee snapshackles verspilt, één spi schoot en één spinnaker. Geen slechte score in een hoe-sloop-ik-mijn-boot-race, maar we we zeilen in de WAC! Nu de spinnaker uitgeteld ligt na te hijgen op de kajuitvloer kunnen we de race verder uitvaren. De voordekker geeft aan dat hij geen levende fok uithouder wil zijn, dus neem ik de taak van hem over. We zeilen de wedstrijd goed uit en halen de finish op nog geen halve meter. Mede hierdoor zetten we nog een redelijk resultaat neer en houden we nog steeds twee schepen achter ons.

Een wijzend vingertje
Ik geef niet snel iemand de schuld van een fout aan boord. Vooral omdat die persoon daar niet mee geholpen is en hij het vaak zelf al weet. Maar dit keer kan ik er niet omheen. Er is een grote fout gemaakt. Een inschattingsfout. Het wijzende vingertje is aan mijzelf gericht. Ik ben verantwoordelijk. In mijn enthousiasme wilde ik de rompsnelheid halen. Ik dacht dat de crew er klaar voor was om met dit weer de spinnaker te hijsen. Ik wilde aanvallen omdat we achter lagen, maar werd verrast door de harde vlagen.

Het was een optelsom van inschattingsfouten met het gevolg dat we een potentiële top 3 plek hebben verspild. Want deze condities zijn optimaal voor Fram.

After sail
In de after sail bespreken we deze bizarre (wed)strijd. Ik geef toe dat ik het verkeerd heb ingeschat, dat ik dacht dat we het wel zouden rooien. Ik ben ervoor om de grenzen van de boot en crew op te zoeken, maar dat kost ook geld en posities. En dit keer hebben we de grens niet opgezocht, maar gepasseerd. Met hoge snelheid overschreden wij ons eigen kunnen. Jammer genoeg zijn er geen videobeelden van, maar het zag er ongeveer zo uit:



Tel er maar een dikke knoop bij op!
De volgende dag breng ik de spinaker weg naar de zeilmaker en ga ik voor het eerst dit jaar een weekendje toerzeilen met Violet. Als we zaterdag een stukje motoren valt me op dat de motor op volle kracht net iets meer dan vijf knopen loopt. En dat is te weinig. Ik check de GPS die 1,3 knoop meer aangeeft. Er gaat opeens een lampje branden. Ik heb mijn inschattingen in de laatste wedstrijd gebaseerd op een log dat niet gekalibreerd was. Ik dacht dat we niet de rompsnelheid haalden, maar we zaten daar wel degelijk tegenaan. Met een paar bliepjes stel ik het log bij. Ik kijk er nog eens naar en maak het rekensommetje; 7,4 knoop + 1,3, en bedenk dat we een nieuw snelheidsrecord hebben gevaren.

Crew: Feike, Rene, Hennie, Floris & Ben
Wind: 15-28 knopen (ZW)
Baan: 12
Finish: 8e (van de 12)

maandag 8 augustus 2011

Een gastschipper aan de helmstok en een protest aan de broek

Eindelijk kwam een lang gekoesterde wens uit, namelijk een goede gastschipper bij weinig wind. Onlangs hadden we Sander als gastschipper met veel wind. Maar juist met weinig wind hebben we moeite om een goede prestatie neer te zetten. En hoewel de wind met gemiddeld 6 knopen uiteindelijk nog redelijk was, was het matig genoeg om mijn wens in vervulling te laten gaan.



Weinig wind is weinig winst
Sinds we meedoen aan de Woensdag Avondcompetitie van de R&ZV Naarden presteren we beroerd bij weinig wind. En met weinig wind bedoel ik 6 knopen of minder. Natuurlijk schuiven we graag de schuld af op de boot en de handicap, maar ergens knaagt een geweten dat mij influistert dat een goede schipper de boot wel vlot naar de finish kan varen. Dit was het moment om te zien of dat zo is.

De voorzitter zit achter
We hadden de eer om Wim Nierman, de voorzitter van onze vereniging, op onze boot te verwelkomen. Als je voorzitter bent van een zeilvereniging spreekt het voor zich dat je een zeilfanaat bent. En dat Wim een goede zeiler is, bewijst hij wekelijks als schipper van Team Windrose. Waarom zeilt hij niet op zijn eigen schip mee, hoor ik u vragen? Dat ligt eenvoudig. Wim heeft een prachtige Dehler 36 Judel & Vrolijk design die niet onder de Hollandse brug door kan. Hetgeen zijn clubliefde voor de vereniging alleen maar onderstreept. Want terwijl zijn eigen boot in Lelystad ligt, staat hij toch altijd klaar voor de vereniging, zo’n dikke 40 kilometer zuidelijker.

Start
Genoeg over Wim, tijd voor de wedstrijd. De start was netjes, hoewel onze gastschipper zich iets vergiste in de logheid van Fram. Onze boot accelereert niet makkelijk bij weinig wind. Anders gezegd, een zuchtje wind doet Fram niet zoveel. Eén of twee schepen zijn te vroeg gestart, maar dit wordt niet gezien door het startschip. We maken er geen punt van, hoewel na de wedstrijd zou blijken, dat we dit beter wel hadden kunnen doen.

Genua Genu-nee
Op het tweede rak ging direct de spi erop. Alles liep soepel. Een mooi moment was de loefactie onder spi met de Morning Cloud die ons langzaam inliep. Helaas kwam niet veel later op het kruisrak een oud pijnpunt aan het licht; de genua 1. Een prachtig doek dat nog geen twee seizoenen oud is, maar nooit goed getrimd kan worden. Simpelweg omdat de maten niet kloppen. En hoewel we ‘m al bij hebben laten snijden, bleek deze avond opnieuw dat we het achterlijk niet dicht kunnen trekken en niet zo scherp kunnen varen als de concurrentie. Maar noch de crew, noch onze stuurman liet zich uit het veld slaan. En het lukt ons om de Morning Cloud, de Seven en de Gibsy voor te blijven.

Het groene monster
Vlak voor de bovenwindse boei maakt Rene zich onsterfelijk (voor deze wedstrijd dan). Als een havik tuurt onze voordekker over het wateroppervlak, op zoek naar de grote spelbederver van het Gooimeer. Bij de bovenboei aankomende kijkt hij de vijand van de competitie recht in de ogen en waarschuwt hij ons voor wier. We tacken meteen en omzeilen het groene monster op enkele meters.

Voordek voor gevorderden
Op het spinakerrak naar de benedenwindse boei komt er een stukje hogere voordekkunsten; een gijp en direct daarna de spi naar beneden, boei ronden, oploeven en overstag. En natuurlijk willen we de spi zo lang mogelijk laten staan en de boom zo vroeg mogelijk weg hebben. Ik besluit Rene even te helpen op het voordek. Hij weet immers niet hoe hij moet gijpen met de spinaker. En de nieuwe spinakerkop maakt het er allemaal niet makkelijker op (wat een onding). Het verloopt vlekkeloos en we halen het maximale uit de spinaker, boot en crew.

Finish
We houden de Morning Cloud net niet achter ons. Gelukkig varen de Seven en de Gibsy ver in ons kielzog. Door een header vlak voor de finish moeten we nog een keer overstag. We finishen ruim voor de Seven en de Gibsy en sturen de boot naar de box. Wim kijkt alvast hoe de genua moet worden aangepast om ook hoog aan de wind te kunnen zeilen. Maar concludeert dat dit alleen is op te lossen met een bezoekje aan de zeilmaker.


Er wordt gepraat
En passant maakt hij nog een compliment. Hij vertelt dat hij ‘wel eens wat hoort’, maar ons helemaal niet gek vindt zeilen. Ik vind het leuk om te horen dat onze zeilkunsten worden onderstreept, maar jammer dat er toch wel eens wat ‘gepraat’ wordt. Wim beaamt dat onze boot een typische zwaar weer zeiler is. Bij weinig wind komt hij gewoon laat op gang. En als je grote genua dan ook niet optimaal werkt, is een wedstrijd gauw verloren.

After sail
De borrel na de wedstrijd is gezellig als vanouds. Ik verontschuldig me nog dat we geen champagne aan boord hebben, zoals Team Windrose, maar Wim wuift mijn excuses weg. Team Fram heeft zo zijn eigen tradities, herinnert hij mij. En dat is waar ook. ‘Hier Wim, een Schippersbitter! Proost!’

Protest
Als we in het clubhuis komen voor de uitslag staan er meer mensen in de protestkamer dan bij de bar. Wanneer ik hoor dat Team Fram beticht wordt van het niet ronden van de laatste boei, stroop ik mijn mouwen vast op.

Gibsy vs Fram
Natuurlijk hebben wij die boei wel gerond! En ik ben benieuwd wie het lef heeft om ons, Team Fram - vijf volwassen mannen tussen de 85 en 115 kilo variërend van 1.86 tot een dikke twee meter – durft te beschuldigen van vals spelen. Het blijkt de Gibsy, onze oude zelfbenoemde aartsrivaal. We zien 'm vooral als 'rivaal' omdat wij een mooie tegenstander in de Gibsy zien. Want ook al wil ik Dick Koopmans niet beledigen door te zeggen dat de Gib’Sea op een Friendship lijkt, in onze Woensdagavond wedstrijdjes zijn we wel degelijk aan elkaar gewaagd.

Te vroeg gestart
Terug naar de protestkamer. In één zin had ik het bewijs geformuleerd dat wij wel degelijk de boei hebben gerond (‘vraag maar aan de Morning Cloud’) en met één wuivende beweging was het protest van tafel geveegd. Wat ik extra jammer vind is dat ik niet geprotesteerd heb tegen hun te vroege start. Het had hun een DSQ’uutje kunnen opleveren, maar zo zitten wij niet in elkaar. Om ze toch nog even op stang te jagen zeg ik in de overvolle protestkamer: ‘ik zal maar niks meer zeggen over jullie te vroege start’. Ze lachen verontschuldigend en verraden zichzelf als een van de heren zegt dat het slechts om luttele seconden ging.

Conclusie
De vijftiende wedstrijd was enerverend. Mijn wens van een goede schipper met weinig wind kwam uit, de verbeterpunten in de boot kwamen aan het licht en het protest van de Gibsy gaf een extra dimensie aan de avond. Maar begrijp me niet verkeerd, we kunnen nog steeds door een deur, of - om in zeiltermen te spreken - om één boei. Alleen zitten wij dan aan de binnenkant en moeten zij wel ruimte geven. Anders zien we elkaar gewoon weer in de protestkamer.


Crew: Wim, Rene, Hennie, Floris & Ben
Wind: 4-6 knopen (NW)
Baan: 15
Finish: 5e (van de 6)

maandag 1 augustus 2011

Niet willen missen

Woensdagochtend belt Ben mij om te vragen of we wel moeten gaan. Geen wind, wel regen is de voorspelling. Vrij kansloos. En met natte zeilen na zo’n wedstrijd komt het op Ben aan om dan ergens in de dagen erna deze droog te zeilen. Hoewel ik eigenlijk altijd wil gaan, besluit ik met Ben dat het beter is om een avondje over te slaan.

Stemmetje in mijn hoofd
Als de telefoonverbinding is verbroken, begint het; een knagend gevoel, onrust in mijn lijf gevolgd en ik ben acuut chagrijnig. Ik twijfel of dit wel de goede beslissing is. Vanuit mijn huis kijk ik op een van de uitlopers van het IJmeer en ik zie toch echt kleine golfjes op het water. Als ik Hennie’s Facebook lees, zie ik dat hij ergens anders probeert op te stappen. Gelijk heeft hij. Ik speel ook nog even met dezelfde gedachte, ‘maar dan kunnen we net zo goed wel gaan’, zegt een stemmetje in mijn hoofd.

Mooie zeildag
Als het einde van de middag nadert en de zon zich laat zien, rijd ik langs de zuidkant van het Markermeer. Ik zie hoe de vlaggen bij Blijburg enthousiast de wind verwelkomen terwijl witte zeilen zich aftekenen aan de horizon. Sta ik nu op het punt om een van de mooiste zeildagen aan mij voorbij te laten gaan?

Even de crew bellen
Natuurlijk kan ik dit niet over mijn zeilershart verkrijgen. Ik bel direct Hennie. Heb je al een andere boot gevonden? (…) Mooi! Wil en kun je vanavond nog zeilen? (…) Mooi! Nu zijn we al met z’n tweeën en kunnen we meedoen. Ik vermoed dat Ben sowieso mee kan. En vraag of hij er ook om half zeven kan zijn. Geen probleem. Paul is helaas ziek. Jammer, maar gelukkig hebben we nog Rene, onze eersterangs voordekker, hij kan en zet direct koers naar Naarden.

De aanval

Hoewel we de start goed proberen te timen, zijn we weer te laat. Door de te vroege start van de Gibsy en de Vega, en de harde aanvaring tussen Clara en Windrose pakken we wat plekken. Als de wind op het derde rak half inkomt, besluiten we de spi erop te gooien. We liggen achter en moeten aanvallen. Maar we krijgen ‘m niet snel genoeg onder controle en het rak is kort. Nu liggen we nog verder achter.

Gezwinde spoed
De rest van de wedstrijd verloopt redelijk maar het lukt ons niet meer om in te lopen. Het laatste rak naar de finish proberen we nog te reachen met de spi. Nu gaat alles mis. Doordat de tas aan de verkeerde kant staat, is er stress. We willen de spi zo snel mogelijk in de lucht hebben, maar gezwinde spoed is zelden goed. Ook deze keer.

Hefboomwerking
De tas zetten we snel aan lij, de boom zetten we uit, schoot erdoor en we hijsen al. Ik heb de schoothoek aan loef nog niet tot de boom doorgetrokken en de neerhouder is ook nog niet aangeslagen. ‘Nog niet hijsen’, wil ik zeggen, maar het is al te laat. De spi staat al en de boom kruipt omhoog. Tot overmaat van ramp zit er nu ook een zandloper in. We lopen te klooien en dan zegt onze spiboom dat ie het genoeg vindt zo. Er valt iets op het dek. Altijd onheilspellend. Het blijkt een deel van de kop van de spi boom. Terwijl de spinaker de boom omhoog trekt onstaat er een hefboomwerking op het beslag bij het boomoog. Het is over.

Samenvatting
Ondanks een matige race en wat schade hadden we ‘m niet willen missen. Vrijwel de hele race heeft de camera op de hekstoel meegekeken. Een kleine samenvatting zie je hier.



Crew: Rene, Hennie, Floris & Ben
Wind: 4-6 knopen (NNO)
Baan: 1
Finish: 11e (van de 12)

vrijdag 22 juli 2011

Niet teveel woorden aan vuil maken

De dertiende wedstrijd was een troosteloze wedstrijd. Dat kan ik vast verklappen. Om die reden wil ik het ook kort houden.
Hoewel de wind zich nog even bij het startschip meldde, was hij na de tweede boei spoorloos verdwenen.

Theoretische start
De start was briljant in theorie, maar iets minder briljant in de uitvoering. Wij lagen als een van de weinigen over stuur bij de hoge boei, terwijl iedereen over bak van de lijboei aan kwam, parallel aan de startlijn. Gevaarlijk, maar we zouden op tijd weg zijn voor het peloton voorrang op ons zou kunnen afdwingen. Niet dus. Jammer genoeg schatte wij de afstand tot de lijn verkeerd in, waardoor we net niet voor het aankomende veld weg waren.

‘Elk voordeel heb z’n nadeel’
Door de matige start lagen we al vrij snel achteraan. Maar niet voor lang. Na de eerste boeironding konden we de spi er opgooien. Doordat we achter lagen, hadden we nu vrij wind en liepen we weer ouderwets hard onder spi. Terwijl we de concurrentie links en rechts inhaalden, verzuimden we en passent de hoge kant en de vrije wind op te zoeken. En voor we het wisten lagen we in de luwte van de kopgroep te dobberen. Toen we ook nog vier boten ruimte bij de boei moesten geven, wisten we dat het een lange avond ging worden.

Waterskiën
Het was een prachtige avond op het Gooimeer, maar niet om te zeilen. Dit is het ultieme weer om even achter je speedboot te hangen met twee ski’s onder je voeten. Tenminste dat deden wij vroeger altijd. En dan te bedenken dat in het botenhuis van de jachthaven enkele Riva’s liggen vastgeketend. De enige speedboot die ik echt mooi vind. Zien die ooit het daglicht of zijn ze in beslag genomen door de fiscus?

Aquarel
Het enige waar we van kunnen genieten zijn de gesprekken en de prachtige avond. Het Gooimeer ligt er schilderachtig bij en lijkt wel een aquarel van zo’n Gooische huisvrouw die zo nodig ‘iets creatiefs’ moet doen in de menopauze. De spinakers hangen als treurwilgen aan het val en het log verandert slechts achter de komma. Ik had mijn Nikon moeten meenemen. Dan had ik nog iets te doen aan boord.

Uitzingen
We zingen de wedstrijd uit, maar niet van harte. We zijn niet goed in dit soort wedstrijden. Ondanks dat we ons best doen. We hebben zelfs voor dit soort wedstrijden een extra dunne spischoot aangeschaft ter vervanging van de lijschoot. Laag blijven, lage kant zitten, stilzitten, bolle zijlen, windzoeken, wierwacht – we blijven strijden tot de streep, maar het mag niet baten.

Finish
De Nessy bespaart ons de vernedering van een laatste plaats. Deze boot redt het niet om voor 22.00u te finishen. In de haven gaat het gesprek nog over de vorige wedstrijd maar niet over de dertiende wedstrijd. Nee, besluiten we, laten we het daar maar niet meer over hebben.

Crew: Rene, Paul, Hennie, Floris & Ben
Wind: 3-4 knopen (NW)
Baan: 15
Finish: 9e (van de 10)

maandag 18 juli 2011

‘Dit kon wel eens een legendarische wedstrijd worden’

De voorspellingen waren onstuimig. Nee, dat zeg ik verkeerd, de voorspellingen waren redelijk duidelijk, maar voorspellen onstuimig weer. Een dikke vier beaufort met uitschieters naar zes. Dat wordt in de zeereling hangen, misschien een rif en het is nog maar de vraag of we kunnen spinakeren. De crew heb ik al snel compleet, sterker nog voor het eerst dit seizoen moesten we mensen teleurstellen. Rene werd afgebeld en mocht een avondje ‘Help mijn man is klusser’ kijken. Maar toen Hennie afbelde werd het voor Suzanne, de vrouw van Rene, een avondje ‘Help mijn man is voordekker’.


Even voorstellen
Hennie zal ervan gebaald hebben want niet alleen het weer was interessant, de ingevlogen schipper was minstens zo interessant. De heer Kreukniet zou deze wedstrijd het roer overnemen van Ben. Sander, zoals velen hem noemen, behoeft voor de verenigingsleden geen introductie. Deze man, beter bekend als de nestor van de vereniging (ondanks dat hij inmiddels het voorzitterschap heeft overgedragen aan de heer Nierman) zeilt al jaren met zijn Elan mee in de clubwedstrijden. En niet onverdienstelijk. Met meerdere podiumplaatsen op zijn naam en een verleden als Admirals Cupper verwelkomen we hem natuurlijk graag aan boord van Team Fram. Wat het nog interessanter maakte is dat Sander in het verleden ook een Friendship 28 heeft gevaren. Hij is dus bekend met ons schip. Goed, genoeg introductie.

Voorbereiding
De voorbereiding loopt rommelig. Ik loop de verstaging na en span het voor en achterstag. We slaan de spischoten aan, maken de boom gereed en hijsen de genua 2. Ik wil zo snel mogelijk naar buiten om het weer te zien. Als Sander aan boord stapt, gaan we weg. Rene spreekt zijn vermoeden uit en zegt dat het wel eens een legendarische wedstrijd zou kunnen worden. Zijn woorden klinken nog na als er een krakend geluid klinkt aan stuurboord. De spinakerschoot was aangeslagen en bij het uitvaren is de landvast (die aan de paal blijft) om de schoot heen geslagen. De landvast trekt aan de schoot terwijl onze dikke vaanstandschroef aan de andere kant trekt. Ik zie het en wil in actie komen, maar het is al te laat. De snapsluiting begeeft het en met een knal schiet de schoot in het water. ‘Motor in vrij’ roep ik direct. Een spischoot in je schroef is het laatste dat je wilt.

Chaos
De snapsluiting is verbogen en afgeschreven. Ik heb geen reserve aan boord dus kunnen we niet spinakeren. Maar dan blijkt de spival ook een snapsluiting te hebben. We zetten ‘m over en doen daar een andere haak aan. Dit kleine akkefietje doorbreekt de routine en de voorbereiding wordt chaotisch.

Rammelende pannen
Eenmaal buiten zien we hoe de wind onze concurrenten plat drukt. Als de vijf beaufort onze zeilen pakt hoor ik de pannen gezamenlijk heil zoeken aan de lijkant van de kombuis. Ik twijfel en overweeg een rif te zetten, maar Sander is dit keer schipper en dus laat ik de keuze aan hem over. Het wordt geen rif. Ik ben benieuwd.

Tas overboord
Met Sander aan het roer en Ben en Paul aan de lieren zijn Rene en ik verantwoordelijk voor het voordek. Maar al snel blijkt dat het te hard waait voor de spi en onze taak in het water valt. Overigens lag niet veel later de spitas in het water. Bungelend aan de zeereling verliezen we bijna onze mooie Blue Performance spinnakertas met inhoud. Terwijl Sander de boot strak aan de wind stuurt, probeert Rene de tas binnen te halen aan de lijzijde die bijna onderwater staat. Het levert een spectaculair beeld op dat onlosmakelijk is verbonden met de actieve taak van onze voordekker.

De start
De start is bij ons altijd een uitdaging. We worden er beter in, maar zijn nog niet goed. Ik houd onze gastschipper nauwlettend in de gaten als hij achter het startschip vaart en weer oploeft voor de startlijn. Hij doet dit twee keer en bij de tweede keer klinkt ook het startsein. We zijn als eerste over de streep en varen hoog naar de eerste boei. De start vond ik redelijk briljant. Maar ook irritant, want Sander vaart ‘m gewoon op gevoel en inschattingsvermogen. Vooral dat inschattingsvermogen heeft bij ons nog niet de volle wasdom bereikt.

Op naar de kop
De wedstrijd is meteen een race. Wij liggen voor en moeten onze koppositie verdedigen maar al snel haalt de Noorse Folksboot ons in. Dat rare schip zeilt onder alle omstandigheden goed en heeft toch een handicap van 106? Gelukkig halen we ‘m op het tweede, ruimwindse rak in. Zonder spi, dat wel, we nemen geen risico.

Noodlot
De benedenwindse boei ronden we als eerste en we zetten direct koers naar de A-boei. Als we net lekker op één oor liggen slaat het noodlot toe. Met een klap komt het hele grootzeil naar beneden. De val is oud en het verbaast me eigenlijk niets dat deze gebroken is. Maar als ik naar de valhoek kijk, zie ik tot mijn grote verbazing dat de kunststof plaat die ter versteviging aan beide kanten van de top van het zeil is gepopnageld, kapot is getrokken en de val hoog boven in de mast zit. Dit moet niet kunnen, òf je val knapt òf je sluiting breekt òf je zeil scheurt, maar deze plaat blijft altijd heel! Niet dus. Gelukkig is een deel van de plaat nog intact met daarin een tweede (reserve) oog. En gelukkig heb ik ooit eens geluisterd naar mijn vader en een goede kraanlijn aangeschaft die, zo zei hij, in geval van nood ook als grootzeilval kan dienen. Dit was een geval van nood. We lagen vooraan en waren bezig met een legendarische wedstrijd. Terwijl we op de genua doorvaren hebben we binnen anderhalve minuut het grootzeil weer omhoog en zitten we weer volop in de race.

Niet achterlijker dan dwars
Opvallend op de kruisrakken is dat Sander de boeien niet of nauwelijks overzeild. Een kleine kanttekening daarbij is dat Fram sowieso iets hoger loopt nu de verstaging is aangedraaid. Maar desaltniettemin verbaasden het ons allen hoe Sander met de boei op 9 uur door de wind draaide. Hier pakten we tientallen meters op de rest, die een stuk verder doorvoer.

Team Gifbeker
Op het downwindrak zette we weer de fok te loevert en liepen we nog aardig hard. De Noorse Folksboot en het Waarschip ¼ tonner bleven op gepaste afstand. Uiteindelijk passeerden we de achterligger van onze klasse. Het zou niet de laatste boot zijn die we een hele ronde inhaalden. Sander die - mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen - een haat-liefdeverhouding heeft met Bert, zette alles op alles om ook de Windrose een ronde te dubbelen. Het lukte ons bijna, maar uiteindelijk was de baan net een rondje te kort om ze echt voorbij te varen. Terwijl we met een straatlengte voorsprong op de rest van het veld over de finishlijn stuiven zie ik hoe de Windrose met een gescheurd fok de bovenwindseboei rond en nog een hele ronde moet varen voordat ze mogen finishen. Die gifbeker van vorige week was duidelijk nog niet leeg.

Finish
Ik noteer onze finishtijd en time de finishtijden van de nummer twee en drie. Na drieënhalve minuut komt de nummer twee pas over de finish. We zetten koers naar de haven. Bij het aftuigen moeten we het grootzeil eraf halen, deze moet terug naar de zeilmaker. We duimen dat hij voor de wedstrijd van volgende week klaar is.

After Sail
Intussen is het nog steeds hondenweer. Voor het eerst dit seizoen wordt de after sail in de kajuit gehouden. Gezellig. Knus ja, dat is het. We drinken onze Schippersbitter en evalueren de wedstrijd. Maar al snel komen de betere anekdotes en zeemansverhalen ter tafel. Het is gezellig, de ramen zijn beslagen en de regen tikt onophoudelijk op het kajuitdak. We nemen nog een Schipperbitter en vergeten bijna naar de uitslag te gaan.

Uitslag
Bij binnenkomst horen we nog net hoe we zijn geëindigd. Helaas deden er maar weinig schepen mee (acht), maar dat maakt voor de punten niet uit. We eindigen als derde en het Waarschip en de Folksboot eindigen met gecorrigeerde tijd voor ons. Dit is het beste resultaat dat we ooit hebben behaald, waarvoor alle lof aan het adres van de heer Kreukniet. Het teamshirt kon met trots worden gedragen.

Evaluatie
Sander heeft laten zien dat Fram snel is. Het was leerzaam en de schriftelijke evaluatie, die natuurlijk uitsluitend vertrouwelijke informatie over de boot en crew bevat, is helder. Graag verwelkomen we Sander nog eens als stuurman bij een licht weertje, want hoewel we onder die omstandigheden al eens een legendarische wedstrijd gevaren hebben, kan het altijd nóg legendarischer!

Crew: Rene, Paul, Floris, Ben & Sander
Wind: 12-22 knopen (NW)
Baan: 16
Finish: 3e (van de 8)