vrijdag 16 mei 2014

Uit de box, in de box, Blue Box

‘Zijn wij de eersten? Nee, ik ben de eerste,’ lacht Hennie. ‘Jij bent tweede.’ We staan naast een Friendship 28 maar het is niet Fram. Want die is uit de box en ‘cruist’ met de andere eigenaar ergens op het IJsselmeer. Nee, vanavond zouden we met Swiep gaan varen, maar deze blijft in de box. Want naast de Friendship 28 ligt de ‘Blue Box’, een leuke X-79 met dito crew, waarvan de helft niet kon. Of liever gezegd, niet wilde. Zij verkozen een X-43 uit Muiderzand boven dit blauwe racemonster. En dan zijn Hennie en ik niet de beroerdste om Team Blue Box uit de problemen te helpen.

Terwijl Hennie en ik alvast de walstroom ontkoppelen en de huik er afhalen, komt Patrick Donders aanlopen. Hij is één van de enthousiaste opstappers die zich heeft gemeld op de Facebook groep ‘R&ZV Naarden Bemanninggezocht’. Deze groep is de digitale ontmoetingsplaats voor schippers, boten en crew. En vanavond is het bewijs dat dit werkt. Leuk!

Onderverhuurd
Vervolgens komt Wessel aanlopen, op de schipper na de enige uit harde kern van de Blue Box. Het wachten is nu echt op Sjoerd die de sleutel heeft. Als ik hem bel, zie ik ‘m net de steiger oplopen. We zijn compleet. Of liever gezegd, overcompleet.

Want vijf man crew is wat veel. Bovendien heeft de Climax (X-79) ook een bemanningsprobleem. Dus wordt Patrick onderverhuurd aan Jeroen Nuesink. Sjoerd maakt de opstelling bekend. Wessel voordek, Hennie genua, Floris grootzeil en Sjoerd roer. Met het spinakeren doet Sjoerd de toetsen en de trim en neem ik (Floris) het roer over. Hennie vraagt met serieuze toon wat er allemaal kapot mag vanavond. Als ik opkijk zie ik zijn grijns en hoop dat hij niet zojuist de goden heeft verzocht.
 
Wessel en Hennie at your service
We zetten de genua 1 maar als we buiten komen waait het harder dan gedacht en wisselen we de gen 1 om voor de gen 2. Hoewel je natuurlijk altijd het liefst op je eigen boot vaart is af en toe met iemand anders meevaren ontzettend leuk en leerzaam. Zowel qua boothandeling als dek lay-out zie je toch weer nieuwe dingen. Bijvoorbeeld de barberhaulers. Die moeten we nu toch echt gaan aanschaffen. Ook het hijsen van de spi vanuit de kajuitopening lijkt een stuk eenvoudiger.
 
Startveld SW-A
Start
Het is grappig om in de tweede startgroep te starten. Voor ons zien we de 21 boten uit de A-klasse en het ziet er hectisch uit. Als zij gestart zijn, maken wij ons op voor de start. De sportbotenklasse, waar we nu in starten, lijkt nog hectischer. Vooral omdat die J80s vol gas op de startlijn aankomen en ons eruit lijken te gaan drukken. We moeten onder de boei door, maar Sjoerd stuurt de Blue Box  even omhoog en strak om de ‘pin end’ en we zijn weg.

Swiep 2
De start was misschien niet geweldig en we hebben veel vuile wind van de J80s, maar dat drukt de pret niet. Wat zijn die X-79’s toch leuke boten. Vorig jaar met de Pinguin Cup voer ik ook al een keer mee en toen kwam deze boot op mijn ‘als ik Fram verkoop dan koop ik één van deze boten ervoor terug’-lijstje. Hennie zit ook te genieten en deelt mijn mening. Sterker nog, het zou zomaar de Swiep 2 kunnen worden.

We varen naar de C-boei met een halve wind die af en toe iets meer naar aan de wind draait. We liggen een paar scheepslengtes achter de Climax en doen ons best om ze in te halen. Hoewel sommigen de spi hijsen, blijft die van ons in de tas. De wind komt te scherp binnen om er echt voordeel van te hebben. Na de C- kruisen we op naar de A-boei. En dan komt ons eerste spi-rak. Sjoerd rondt hem, we gijpen en ik krijg het roer. Hennie heeft de loefschoot van de spi en Wessel zet zo snel mogelijk de boom. Het gaat redelijk snel. Want het zal ongetwijfeld even wennen zijn als je twee andere bemanningsleden aan boord hebt in plaats van je complete dream team. Maar Hennie en ik doen ons best en de Blue Box schakelt even een paar versnellingen op. We lopen in op de Climax. Na de benedenwindse ton herhalen we dit trucje.

Geen woorden, maar daden
De wind lijkt af te nemen en dat is ook de voorspelling. Op het volgende spi-rak doen we een zeilwissel. Best spannend op die korte wierbanen. We passeren de Kyan en Rob grapt: ‘hoe het nou is om op een echte boot te varen?’ Ik beantwoord door hem in te halen. Geen woorden, maar daden.

Intussen is de genua 1 weer bijna helemaal aangeslagen. Sjoerd knoopt de schoten vast, terwijl de boei akelig dichtbij komt. We zetten snel de genua en gooien de spi eraf. Ik draai nog even om de boei en sta versteld hoe makkelijk een X-79 stuurt. Alsof ik weer in mijn Jolletje zit. We loeven op, maar ik heb even handen te kort om de grootschoot aan te halen. Mijn zeilmaatje Hennie ziet het en trekt met grote halen het grootzeil door. Als je geen commando’s meer hoeft te geven of vragen hoeft te stellen, dan pas ben je echt op elkaar ingespeeld. Waarvan akte.

Radicaal sturen
We varen door op de genua 1 maar kunnen nu minder hoog dan de Climax. En de wind komt zijn belofte niet na en blijft stevig doorwaaien. Het volgende rak draait de wind zelfs iets waardoor het spinakeren intenser wordt. Grote klappen gevolgd door harde rukken vertellen dat we aan het reachen zijn. Ik krijg van Sjoerd de opdracht om radicaal af te vallen als hij plat dreigt te gaan. Ook dat is even anders dan op de Fram. Met een grote klap vult de spi zich en spuiten we vooruit. En Hennie krijgt waar voor zijn geld want met een knal wordt de barberhauler aan loef van de voetrail getrokken.

Als we koers zetten naar de finish ronden we de 47, zoals staat beschreven op de baanbeschrijving. De Climax kunnen we niet meer inhalen, hij wint op de aandewindse rakken en blijft enkele scheepslengtes voor ons. Maar wedstrijdzeilen draait niet alleen om boothandeling, zeiltrim en windlezen, het draait ook om kaartlezen. En blijkbaar was de navigator van de Climax vanavond niet van de partij want ze vergeten de 47 en varen linea recta naar de finish. Als hij ziet dat wij dat wel doen moet daar een kleine godslastering aan boord geklonken hebben. Ze draaien om en varen hun voorsprong terug, ronden de boei om vervolgens een prachtig uitzicht te hebben op de spiegel van de Blue Box.

Crew: Wessel, Hennie, Floris, Sjoerd
Wind: 15 kn NNW
Baan: 16 NW lang
Finish: 5e?

dinsdag 13 mei 2014

De D van draaien, dwars, drama en DSQ


De vierde wedstrijd zag ik als een herkansing van de matige wedstrijd van vorige week. ’s Middags bleek Hennie toch wel mee te kunnen, waarop Lodewijk met zijn overvolle agenda graag zijn plaats afstond aan meneer Hoenselaar.

De start
We beginnen geconcentreerd aan de startprocedure en met succes. We starten netjes. Niet goed, niet slecht. We hebben nog een beetje vuile wind, maar als er een zuchtje vrije wind ontstaat tussen de boten boven ons spuiten we vooruit. We draaien om de ton en gooien de spi erop. Er is nog wat verwarring over de commando’s die over het dek klinken, maar vooralsnog zijn we in de race. We halen wat boten in en proberen aansluiting te vinden bij de kopgroep.

Schietgebedje
De Kyan, Spoom, Knoet en Brizzo zijn van de partij maar zijn (nog) geen partij voor ons. Ze varen hard voor ons uit. Bij de tweede ton wordt het script van dit zeilverhaal plotseling gewijzigd in een actiefilm. Met onze 75 vierkante meter zeil denderen we op de boei af. Naast ons de Viva la Vida en aan de andere kant de Gooliath. De boei werkt als een trechter en zowel onze giek als spinnakerboom raken bijna de zeilen van onze buren. En voor ons vaart de Knoet die inmiddels geen wind meer heeft. Schipper Jan Hesselink ziet het blauw-gele gevaar van onze spi, accepteert zijn lot en berust zich in een aanvaring.

Maar die komt er niet van. Want ondanks een hoop geschreeuw van Jan en Alleman, sturen wij netjes om de ton en loeven we strak achter de Knoet op. De Viva la Vida kiest eieren voor zijn geld en rondt de ton niet. Eigenlijk een DSQ’tje, maar we zeggen er niks van.

Kudde stieren
We varen hoog naar de volgende boei, vlak achter de Knoet en met de Windrose in ons kielzog. De Windrose maakt een slag, maar wij lijken de boei in één keer te halen. Maar 100 meter voor de boei draait (met een 'd') de wind. We halen ‘m niet meer en moeten overstag. Ik draai maar boven mij ligt de Windrose die naar binnen komt, waardoor ik niet direct kan doordraaien en moet wachten tot de Windrose voorbij is. We blijven even met de neus in de wind en draaien scherp achter de Windroos door, maar de vaart is er helemaal uit en we dobberen (met een 'd') over stuurboord verder. En dan zie ik tot mijn grote schrik het hele veld aankomen over bak. Het houdt het midden tussen en kudde opgefokte stieren en een op hol geslagen goederentrein, in volle vaart met weinig ruimte en intentie om uit te wijken.

Terwijl wij dwars (met een 'd') op de layline liggen horen we de beukende boegen steeds dichterbij komen. En als we nu niet snel weg zijn, beuken ze niet alleen door het water! De eerste begint te schreeuwen. Ja, ik weet het, ik zit fout, maar ik heb geen ‘ctrl+z’ op mijn boot. De Geusje schreeuwt en stuurt onder mij door, net als één van de Noorse Folksboten. De Atlantis komt er ook aan en moet uitwijken. Evenals de Funrunner. De actiefilm houdt nu het midden tussen een drama (met een 'd') en slapstick. We verontschuldigen ons voor wat het waard is. Als de scheldwoorden omgezet konden worden in wind, dan kregen we nu 50 knopen wind om de oren.

DSQ (met een 'd')
Hoewel we geen ‘protest’ hebben gehoord en ook geen vlaggetje hebben gezien gaan we er vanuit dat we gediskwalificeerd zijn. De aansluiting met de kopgroep zijn we kwijt, maar we zijn Team Fram en geven natuurlijk niet op. Vol goede moed, maar enigszins gegeneerd gaan we door. De rest van de race gaat foutloos. De zuidwester baan ligt er mooi in en we twijfelen of we de spinnaker rakken moeten afkruisen. Vlak voor de benedenwindse boei wordt duidelijk dat dát wel moet.

We gooien de spi naar beneden en de wind draait iets waardoor we gijpen. We kunnen de spi nu aan de binnenkant van het grootzeil binnenhalen, maar moeten nog even terug gijpen voor de boeironding. Dit gaat gelukkig goed en iedereen houdt zijn hoofd (koel) waardoor we nog een paar boten in halen.

Finish
Eric Zuidmeer doet met zijn Saffier eindelijk weer mee en haalt ons vlak voor de finish in. Jammer, maar niet erg want op handicap winnen we wel van hem. In de haven wil ik niet te lang aan boord blijven, want ik verwacht een pittig gesprek in de protestkamer. Maar als Hennie en ik ons met rechte rug naar het Behouden Huys begeven, komen we er vanaf met een ‘dat was niet zo slim hè!’. We verontschuldigen ons nogmaals en wachten op de uitslag. We gingen als 10e over de streep en zijn uiteindelijk dertiende (met een 'd') geworden in een veld van 21 schepen. Wat ons betreft een prima resultaat gezien het drama bij de derde boei, de D-boei.

Crew: Rob, René, Hennie, Floris
Wind: 15 kn ZW
Baan: 12 ZW lang
Finish: 13e van de 21

Nog lang niet jarig


Het is 30 april. De dag waarop Juliana jarig was en Beatrix het vierde. Totdat Willy het heft in eigen hand nam en het drie dagen verschoof. Jammer, want op 30 april ben ik jarig. En tot vorig jaar had ik altijd vrij op mijn verjaardag en was er altijd feest. Of ik nu zelf de slingers ophang of niet.

Dit jaar was het dus voor het eerst in mijn leven dat ik moest werken op mijn verjaardag. Maar het was ook voor het eerst dat ik een zeilwedstrijd had op mijn verjaardag. 'Elk nadeel heb ze voordeel'. De derde woensdagavond competitie wedstrijd stond op het programma, met in de hoofdrol Lodewijk, Rene, Rob en ik.

Rob is onze jongste telg. Hij is nog altijd ouder dan ik ben, maar hij zeilt pas sinds vorig jaar met ons. Wat zeg ik? Hij zeilt überhaupt pas sinds vorig jaar. Daarvoor had hij wat ervaring op een sloep. Hij kan dus prima Rosé drinken met 2 beaufort onder een stralend zonnetje. Maar sinds vorig kan hij ook prima spinnakeren in de regen met 17 knopen. En net als ik bij de eerste WAC, moest Rob ook weer even inkomen. Een shuffle in de rolverdeling (ik roer, Lodewijk en Rob pit en Rene voordek), helpt dan niet. Helaas werd dat pijnlijk duidelijk bij de start.

Start
We gaan de laatste keer overstag met nog 40 seconden voor het startsignaal. ‘Ree’ roep ik en draai Fram door de matige wind. Fram draait langzaam naar stuurboord en enthousiast haalt Rob de genua aan op de stuurboord lier. Het idee was goed, alleen de timing iets te enthousiast. De neus is nog niet door de wind en de genua trekt bak. Fram remt af en we draaien weer terug naar de bakboord kant. Het kwaad is geschied voordat ik iets kan doen. Geen snelheid… roerloos… kansloos…

Voordat we weer vaart hebben en overstag kunnen zijn we een dikke minuut verder. Voordat we over de startlijn gaan zijn we 2.30 minuut verder. Langleve 3,5 ton waterverplaatsing. De rest van de race lopen we achter de feiten aan. De boothandling loopt niet gesmeerd en ik stuur niet scherp. Kortom, niet het verjaardagscadeau waarop ik had gehoopt. Want naast nieuwe 10mm dyneema genuaschoten met blauwe mantel, barberhaulers voor de spi en een genua 1 stond ook een goede derde race op mijn lijstje. Bovendien was ik na twee succesvolle races erop gebrand om deze reeks door te zetten.

Maar zelfs als alles verloren lijkt, strijden wij door. Kunnen we niet (meer) op handicap winnen, dan willen we je graag wél nog even inhalen voor de streep. Inderdaad! De eer redden. Maar als we de laatste keer overstag gaan om te finishen krijgen wij een gigantische header en de vier andere schepen over de andere boeg een flinke lift, waardoor we ook hen nog voor moeten dulden. Als dit een stripverhaal was zag je nu zo’n zwart donderwolkje met doodskopjes boven mij. Pech of mijn fout? Hoe dan ook, ik was nog lang niet jarig.

Champagne
Terug in de haven besluiten we alles maar snel te vergeten onder het motto ‘geen ups zonder downs’. Lodewijk heeft champagne meegenomen en we proosten op mijn nieuwe levensjaar. Je wordt maar één keer 37 nietwaar!

Helaas moet ik snel naar het clubhuis voor een spoedoverleg met de wedstrijdcommissie. Alle nieuwe handicaps zijn bekend en iedereen die er op achteruit is gegaan wil vooral heel hard zeggen dat zijn rating niet klopt. Ook een leuk verjaardagscadeau! Volwassen mannen gedragen zich plots even volwassen als mijn zeven jarig zoontje. Fascinerend om te zien. Maar laat het nogmaals duidelijk zijn: als commissie houden wij vast aan de rating zoals die wordt uitgegeven. We gaan niet voor de één wat water bij de wijn doen en voor de ander niet. Want voor je het weet voelt Pietje zich benadeeld of word je als commissie partijdig. We verwijzen u dus graag door naar de makers van de SW. Goedemiddag!

Trainen
Door dit ietwat tegenvallende resultaat besluit ik om niet in te schrijven voor de Eemdelta Race. Het is geen strafmaatregel maar het lijkt mij nuttiger om de tijd die we als crew hebben kunnen vrijmaken van familie en andere verplichtingen te investeren in overstag oefenen en 20 keer spi hijsen, strijken en vouwen. Iedereen vindt het een goed plan en we slaan de EDR een jaartje over. Helaas blijkt die dag het weer niet echt ideaal. De wind is met 17kn en vlagen 31 te hard om 'relaxt' het spinnakeren te oefenen. En de gietende regen helpt ook niet mee. De training wordt uitgesteld. En ook hier denken we: 'volgende keer beter'.

Crew: Lodewijk, Rene, Rob, Floris
Finish 16e vd 17.

donderdag 24 april 2014

Sportief als we zijn


Gaatje in de spi
Na onze eerste wedstrijd moest er toch nog wat aan Fram gedaan worden: de mast moest nog goed getrimd worden, nieuwe val voor de genua, juiste snapshackles aan de vallen, genuaschoot repareren, spinnaker plakken - Kortom, tweede paasdag stond in het teken van tuning.

Wind
Pocket Grib, U-Grib, Windguru en Windfinder waren het allemaal eens over de windkracht circa 3-5 knopen. Alleen over de windrichting bestond nog geen consensus. Oost, Noord-Oost, Ruimend naar Zuid-Oost of toch steady. Ergens tussen uit de 45 en 135 graden zou de wind komen. Dat leek zeker.

Crew
’s Middags werden het weer en de baan besproken in de Team Fram Whatsapp groep. De crew bestond uit Rob, Lodewijk, Hennie en ik (Floris). Maar met de matige wind op het programma zouden we ook prima met drie man kunnen zeilen en kreeg onze Rob vrijaf, wat hem bijzonder goed uitkwam.

Start
We maken de gebruikelijke opwarm en timingsrondjes als plotseling de wind iets toeneemt. “Hé, dit is lekker!” De wind staat haaks op de vaste startlijn en we besluiten niet aan de hoge kant bij het startschip te starten maar juist bij de ‘pin end’. We komen helaas iets te hard aan, waardoor we moeten afremmen. Xander en crew zitten net onder ons en timen het iets beter waardoor zij onder ons door snellen en als eerste over de startlijn gaan. Wij kort daarna als tweede.

Helaas moet Fram weer een beetje opgang komen waardoor we als 7e om de eerste boei gaan. Vanaf hier is het kruisen en als we even niet opletten zitten we in een bakboord-stuurboord situatie met de Clara en Gooliath. We tacken mee en varen over bakboord verder. De Windrose kruist ons zog op een scheepslengte achterstand. Oppassen dus bij de volgende slag over stuurboord. Maar wederom gaan ze op een scheepslengte achter ons langs.

Links de Aquaholic, rechts de Brizo op het eerste rak.


Foutje! Bedankt
Team Aquaholic had wellicht iets teveel alcoholic bij het eten. Want als we de tweede boei ronden zien we hen rechtstreeks voor de derde boei gaan. Ze maken een navigatiefout en - sportief als wij zijn - helpen we ze even herinneren dat ze de 54 moeten ronden. Ze zijn weliswaar één van onze directe concurrenten, maar andersom zou ik het toch ook erg prettig vinden als iemand mij daar aan zou herinneren.

Na de 54 zetten we koers richting de D-boei om vervolgens verder te kruis naar de bovenwindse B-boei. Lodewijk stuurt strak en Hennie trimt de zeilen nauwkeurig terwijl ik me bezig houd met tactiek en weer eens heers op het voordek. Het lijkt richting de dijk harder te waaien en we maken een lange slag over bak. Sowieso een goed idee aangezien de wind vanavond tussen 18.00u en 21.00u zal gaan ruimen. De masttrim heeft het gewenste effect, want we varen lekker scherp aan de wind en zeilen even hoog als de X’en en J80s die ons langzaam voorbijkomen. Inmiddels liggen we vijfde met alleen nog de Brizo, Spoom, Geusje en Gooliath voor ons.

‘Op het kruisrak wordt de wedstrijd beslist', en dat blijkt maar weer eens als we bij de bovenwindse boei aankomen. We hebben een gat geslagen met de rest van het veld en zien hoe de Spoom de B-boei rond. Een net-niet planerende Bayliner passeert ons en trekt hoge golven waardoor de B-boei de Spoom raakt. Sportief als we zijn zeggen we er niets over (maar beschrijven het uitvoerig, waarvan akte). Dan begint het eerste ruimwindse rak, maar de wind is al iets gedraaid en komt iets voorlijker dan halve wind. We zetten toch de spi en al reachend halen we een kleine drie knopen.

Bij de C-boei kunnen we gijpen en hebben we een echt downwind rak. Het klinkt spectaculairder dan het is, want nog steeds komt Fram niet boven de drie knopen. Maar het gat met de rest van het veld wordt wel groter. En ja, we mogen ons onderdeel van de kopgroep noemen die wordt aangevoerd door het grote Waarschip (Brizo), gevolgd door de Dehler (Geusje) en het kleine Waarschip (Spoom) en wordt afgesloten op een vierde plek door die prachtige Friendship 28!

Het gat met de rest van het veld.

Wijze woorden
Het ongeloof van onze prestatie vertaalt zich in drie grijnzende mannen. Maar, zegt onze wijze stuurman ‘prijs de dag niet voor het avond is’. En dus gaan we niet speculeren over de uitslag. In plaats daarvan sturen en trimmen we secuur door. Op de Spoom begint stuurman Leo intussen een beetje te zweten. Ze hebben Fram nog nooit van zo dichtbij gezien en vragen zich opeens af welke rating wij hebben.

De Spoom van dichtbij.

In de tussentijd is het startschip meegevaren met de koploper en heeft besloten om de baan in te korten na het downwind rak. Een goed besluit en wat ons betreft op de goede plek. Met de spinnaker vol glijden wij geruisloos door de finishlijn.

We zijn blij en delen ons resultaat in de Whatsapp groep. We bergen de zeilen en schoten en concluderen dat we nog nooit zo snel gevaren hebben met zo weinig wind. Zou dit dan het voordeel van Fram’s gladde buikje zijn? Of is het de wens van de gedachte?

We hebben geen drank aan boord dus is het volgende rak naar het clubhuis. Hier krijgen we complimenten van onder meer de Aquaholic, Team Windrose en de Geusje over onze race. Ja, we zijn trots.

Ik loop even de kamer van de wedcie in om te kijken of Frans al een uitslag heeft. We hopen op een zesde positie na handicap en zijn benieuwd of we de Windrose ook na handicap zijn voorgebleven. Maar eerst moet nog iets opgehelderd worden. Het startschip heeft melding gemaakt van een valste start. De Dehler (Geusje) zou volgens hen te vroeg zijn gestart. Als voorzitter van de wedstrijdcommissie ga ik verhaal halen bij de heren van de Dehler die naar eigen zeggen op de startlijn lagen en ‘het ook zouden zeggen als ze te vroeg zouden zijn gestart’. Als ik nogmaals het startschip vraag of zij achter hun beslissing staan, durven ze het toch niet met 100% zekerheid te zeggen. We besluiten er verder geen punt van te maken, sportief als we zijn.

Uitslag
Dan komt het moment waar we natuurlijk allemaal op hebben gewacht. Linkerrijtje? Dat kan niet missen, maar hoe hoog? Sportief als we zijn pakken we een vierde plaats na handicap berekening.


Crew: Lodewijk, Hennie, Floris
Wind: 3-5 kn NO-O
Baan: 3 NO kort
Finish: 4 van de 14

dinsdag 22 april 2014

De kop is eraf!

‘Meneer Cornelissen? Uw boot is klaar.’ Het is dinsdagochtend kwart voor tien. Met één dag voor de eerste wedstrijd van het seizoen heeft Jachtservice Muiden de deadline gehaald en kunnen we ons opmaken voor een nieuw seizoen met Team Fram.


Als we dinsdagavond de boot omvaren heeft de wind de hele dag de golven van noord naar zuid gestuwd met vijf tot zes beaufort. Stampen dus. De volgende dag staat er helaas veel minder wind, 5 knopen is de voorspelling. Dobberen dus.

Crew
’s Middags belt Lodewijk met het nieuws dat hij een dubbele afspraak heeft en of ik iemand anders kan regelen. Zoniet, dan gaat hij mee. Maar gezien de windkracht (of windzwakte) lijkt me drie man crew genoeg en krijgt hij vrijaf. Ben is nog steeds aan het herstellen van een zware kneuzing en is nog niet wedstrijdfit, Rob heeft andere verplichtingen, dus René, Hennie en ik gaan de klus klaren.

Als we op de boot verzamelen is het weer ‘even inkomen’. Doordat we niet hebben kunnen zeilen, laatstaan trainen, zijn we wat onwennig. We vallen terug op onze ervaring en dat blijkt genoeg. Routine neemt de overhand en in een mum van tijd gaan de trossen los. De nieuwe mast en verbeteringen als een prefeeder voor de genua en een clamcleat voor de spi ophouder maken onze voordekker Rene enthousiast.

Eenmaal buiten maken we de gebruikelijke proefrondjes. Als Prins Willem vanuit zijn gouden koets zwaaien we naar al onze concurrenten die we een hele winter niet of nauwelijks hebben gezien. Opvallend zijn de nieuwe deelnemers en nieuwe boten. Een mooi 1/2ton Waarschip, de Winner 900, de tweede Vega, de nieuwe J80’s. Het belooft een mooi wedstrijdseizoen te worden.

Starten onder spi
De wind is krachtiger dan Windguru ons had verteld en met een 9 kn oost-zuid-oost wordt het een voordewindse start. Spinakeren dus. Met nog vijf minuten tot het startsignaal zijn we onze start aan het timen. Het gaat goed, we gaan over de startlijn bij wijze van generale repetitie en loeven op om weer terug te gaan naar het startgebied als plotseling het materiaal faalt.

Faal
Terwijl ik opstuur trekt Hennie de genuaschoot aan. De takeling in de schoot waar de softshackle doorheen gaat begeeft het en voordat we het weten trekt Hennie bijna de 22 meter lange schoot in zijn geheel door het oog. De genua klappert, de schoot is kapot en we hebben nog 90 seconden voor de start. Ik ga naar voren en Hennie neemt het roer over. Ik knoop de schoot met een paalsteek vast aan de genua. Maar een paalsteek in het midden van 22 meter lange schoot met een klapperend zeil is toch iets moeilijker dan ik dacht. Ik heb er de volle 90 seconden voor nodig. “Yes, we kunnen’, roep ik als het startsignaal heeft geklonken.

We liggen circa 50 meter van de startlijn en moeten afvallen naar de eerste ton, maar er gebeurt niks. Bootspeed 0. Opeens voel ik hoe de boot tolt op zijn kiel en de cijfers van de dieptemeter bevestigen mijn vermoeden. We zitten aan de grond.

Door de commotie op het voordek hebben we niet goed op het vaargebied gelet en dreigt onze eerste race in het water te vallen. ‘Allemaal aan de lage kant en zeilen aan’. Fram leunt naar rechts en glijdt langzaam los. We vallen af en hijsen de spi.

We starten nog geeneens als laatste, maar hebben wel het voordeel van vrije wind. We lopen direct in op het grote middenveld. Bij de eerste boei zitten we aan de binnenkant. De Aquaholic (formerly known as Gibsy) zit ons op de hielen maar past er niet meer tussen en heeft geen recht op ruimte. Hij wordt er ook uitgedrukt.

We draaien om de ton en zetten koers naar de bovenwindse ton. Inmiddels liggen we ergens op een zevende plaats. Helemaal niet verkeer na zo’n dramatische start. De baan is perfect gekozen en ligt precies in de wind. Met de matige 8 knopen besluiten we het spi rak af te kruisen in de hoop op een betere VMG. Het lijkt niet veel uit te maken, maar is sowieso een goede training voor gijpen met spi.


Smooth
De boathandling loopt smooth, er valt weinig aan te merken. We zitten direct weer in de wedstrijdmodus, daarbij moet ik wel vermelden dat het windje vergevingsgezind is. Eigenlijk ben ik de enige die fouten maakt. Doordat we met drie man varen zit ik niet dedicated te sturen. Tijdens het kruisrak vouwt Hennie de spi in en maakt Rene het voordek klaar waardoor ik alle zeilen bedien en 'even ruimte moet geven' op de groene spischoot. Hierdoor verlies ik wat concentratie en dus hoogte op het kruisrak waar we toch al moeite hebben. Want ook Fram moet wennen aan de nieuwe mast die blijkbaar nog te ver naar voren staat waardoor we circa 5 graden minder scherp varen dan we zouden moeten kunnen. Het lukt dan ook niet om de Windrose in te halen. We blijven op een gepaste afstand, drie rondjes lang. Op het laatste rak laten we de spi staan en varen we al reachend door de finishlijn.

Potverdikkie wat een fijne eerste race. In de haven zijn we kort in onze evaluatie. Met z’n drieën varen maakt het een stuk overzichtelijker, maar vooral de stuurman moet dan wel twee dingen (of drie) tegelijk kunnen. De boot heeft nog wel wat aandachtspuntjes. Verkeerde snapshackles op de rolreef, meer mastvalling, nieuwe genuaval, telltales in het grootzeil de to-do-list voor de volgende race wordt in rap tempo langer. Maar dat geeft niet. Het was tenslotte de eerste keer zeilen met Fram, toevallig in een wedstrijd.

After sail
In het clubhuis is het één grote gezelligheid. ‘Hoe is het met jou?’, ‘Veel geklust?’, ‘Mooie nieuwe boot!’ of in ons geval ‘Mooie nieuwe mast!’ Er wordt geproost en bijgepraat totdat Frans (onze nieuwste aanwinst in de wedstrijdcommissie) de uitslag bekend maakt. We gaan het niet spannender maken dan het is, we zijn op een 7e plaats geëindigd. En dat vinden we helemaal niet slecht voor een waardeloze start, short handed en met een niet optimaal getrimde mast. Nee, sterker nog, we zijn blij met dit resultaat. En daar drinken we op. Meerdere malen, waardoor ik samen met Sjoerd, Bert, Xander, Katja en Rob het licht uit doe. Hoewel het de volgende dag niet zo voelt, is de kop eraf!

Crew: René, Hennie, Floris
Wind: 5-9 kn ZO
Baan: 7 ZO kort
Finish: 7 van de 16

dinsdag 28 januari 2014

Team Fram Season 2013 [video]

Hier is 'ie dan! De film van het afgelopen seizoen met de highlights van de 24-uurs Zeilrace, Eenzame Noord Race, Woensdagavond Competitie, HH Cup en Hooikist Race.

maandag 21 oktober 2013

Met een knal het seizoen uit!

Wie zeilt, heeft mooie verhalen. En hoe langer je zeilt, hoe meer verhalen je hebt. Hoewel ze vaak op het moment zelf hachelijk, pijnlijk of ronduit doodeng zijn, blijken het later prima ijsbrekers in vreemde gezelschappen. Gepolijst door de tand des tijds en bijgestuurd door de schipper rijpen deze verhalen tot ware thrillers en worden ze beeldend verwoord vanaf een barkruk of het leugenbankje. Zaterdag 14 september omstreeks 13.00u begon ons verhaal.

We deden mee aan de Hooikistrace, waar ik als lid van de wedstrijdcommissie veel energie in had gestoken. De vele persberichten werden beloond met een grote opkomst. Meer dan dertig schepen stonden aan de start van de seizoenssluiter. Ik werd bijgestaan door mijn vaste crew. Hennie onze tacticus deed grootzeiltrim, Rob was verantwoordelijk voor de genua en toetsen, René deed zoals gebruikelijk het voordek en ik stond aan het roer en zag dat het goed was.


De wind was lekker met een kleine vier Beaufort uit het Zuidwesten. Op het Markermeer vertaalt zich dat al snel in een redelijke golfslag waardoor we in de eerste race bijna onze voordekker verloren. Het was voor René en Rob een kennismaking met serieuze condities. Beide heren zeilen nog niet zo lang en dit was dan ook de eerste keer dat ze een flinke wind om hun oren kregen op een flink meer. Spoedig zouden ook zij een mooi hoofdstuk aan hun zeilverhalen kunnen toevoegen.

De eerste race starten we fantastisch. We gaan als eerste over de lijn, tenminste als je de twee Tirions uit onze klasse niet meerekent. En dat doen wij ook niet, want een bootje dat planeert en bijna vier keer zo licht is, kun je niet met ons vergelijken. We zeilen goed en gaan als vijfde om de bovenboei. Het loopt niet lekker met het spinakerhijsen waardoor we meters verliezen en Team Windrose in onze nek begint te hijgen. Ze gaan ons voorbij maar overvaren de bovenboei waardoor we het tweede spirak weer net voor hen liggen. In dit spirak gaat alles mis. De spi is bijna bovenin als blijkt dat de schoot aan lij door de zeereling zit. Rene maakt 'm los maar de krachten zijn te groot. Als een wild paard kiest de spi het vrije pad.

De fout wordt gelukkig snel hersteld en we kunnen eindelijk spinakeren. De Windrose is ons allang voorbij en we kunnen alleen nog maar proberen zijn wind te verstoren. Na het derde spirak rammen we Fram over de finish. Spi neer, genua in en rustig doordobberen op het grootzeil.

Centrale Meldpost IJsselmeer heeft het al enkele uren over Noordwest zes op het Markermeer, terwijl de actuele wind Lelystad slechts vier Beaufort aangeeft uit het Zuidwesten. Ook wij, circa 10 mijl ten Zuiden van Lelystad, hebben 'slechts' windkracht vier. Maar dan pakken grauwe luchten boven Amsterdam zich samen. De witte zeilen steken als haaientanden uit het groene Markermeer. Alsof ze willen zeggen ‘kom maar op’.


Plotseling draait de wind 90 graden en vliegt met een snelheid van 20 knopen over ons heen. Alle ogen zijn gericht op het startschip. Ze lijken de baan te verleggen. Dat moet ook wel met deze windshift. Ook wij maken ons klaar voor de wedstrijd. We rollen de genua 2 weer uit om te kijken hoe Fram reageert op dit windje. We loeven op tot aan de wind. De boot gaat schuin, maar we lopen niet uit ons roer. Het is kantje-boord, om in het scheepvaart jargon te blijven. We overwegen een rif te zetten, maar omdat we met deze wind niet meer de spinaker kunnen gebruiken zijn de extra vierkante meters grootzeil voordewind wel handig. We twijfelen, maar daar komt abrupt een einde aan.


“Er is geen tijd om te balen. Het is gewoon zo.”
‘Pang!’ gevolgd door luid geklapper van de zeilen kondigt het begin van de crisissituatie aan. Ik zie de genua en het profiel van de rolreefinstallatie langszij. Als ik naar boven kijk zie ik dat de mast net boven het onderwant is gebroken en als de kleine wijzer in ‘vier uur’ naar stuurboord wijst. Er is geen tijd om te balen. Het is gewoon zo. ‘Roeien met de riemen die je hebt’, zouden de roeiers van onze vereniging zeggen. De wedstrijdmodus gaat uit, de crisismodus gaat aan.

“Allemaal laag blijven!”, schreeuw ik. “Ok jongens, luister! We kunnen de motor niet starten voordat alle lijnen en verstaging binnen is. Anders kunnen deze in de schroef komen en hebben we een nog groter probleem.” Het rare zeil dat nog overeind staat en de genua die nu niet meer van beneden-naar-boven loopt, maar van voor-naar-achter zorgen dat we met vier knopen doorvaren. We kunnen niet hoger dan halve wind en afvallen is geen optie want we zijn slechts een dikke mijl van lagerwal verwijderd. Natuurlijk neemt de wind verder toe en beuken de golven op ons in.

Het hoofdwant hebben Rob en Hennie direct binnen. De gebroken achterstag en kraanlijn vormen een probleem. Deze zitten alleen nog aan de top vast en slepen op vier meter afstand door het water. We moeten even afvallen inde hoop dat we deze lijnen (bijna) overvaren en met de pikhaak aan boord kunnen slepen. De eerste poging mislukt, maar de tweede keer grijpen we de kraanlijn. Ik was vergeten dat we die aan de achterstag hadden vastgemaakt. Een geluk bij een ongeluk. We vissen beiden uit het water en kunnen een kleine vreugdekreet klinkt over het dek. We kunnen de motor starten.

Inmiddels komt de Gibsy van Xander Bianchi, een andere deelnemer van de Hooikistrace, polshoogte nemen. Ze kunnen niks voor ons betekenen, maar hebben één waardevolle tip. “Ga naar Pampushaven”, schreeuwt hij luidkeels. Het is niet ver van onze positie. Mijn duim gaat omhoog en we zetten koers richting de vluchthaven.

Het hele principe van een vluchthaven kende ik niet voor de dodelijke storm van 7 juni 1997. Daar dateert een van mijn andere, inmiddels gepolijste, zeilverhalen. Toen voer ik met mijn vader midden op het IJsselmeer en konden we niet vluchten. Dit keer wel. We maken er dankbaar gebruik van.


“Mijn commando gaat verloren in de wind.”
In Pampushaven gaan we voor anker. Het rare zeil drukt de boot elke keer uit de wind. We moeten volle kracht vooruit geven om de boot recht in de wind te houden. René staat aan het roer en ik maak het anker gereed. “Hou je de diepte in de gaten?” Mijn commando gaat verloren in de wind. Ik roep nog harder: “DIEPTE!” René kijkt op het multi-log en gebaart dat we al in de ondiepte zitten. Vol gas achteruit. Fram valt weer meteen af en de zeilen stuwen ons met halve wind verder Pampushaven in. Ik gooi het anker uit in de hoop dat die ons in de wind wilt houden. “Anker is uit!”, roep ik en de lijn komt op spanning.

Ik loop terug naar de kuip en geef aan wat er moet gebeuren. “Rob en Hennie, probeer de zeilen te strijken. René, jij houdt de boot in de wind en geeft zo nodig gas bij. En allemaal goed kijken waar we nu liggen. Als het anker niet houdt moeten we snel handelen anders raken we aan lagerwal.” Ik zie Rob naar lagerwal kijken en kijk zelf ook even. Levenloze basaltblokken staren ons emotieloos aan.

We gaan snel verder. Iedereen begrijpt zijn taak. Voorzichtig maken we de vallen los. We hebben geen idee of hier veel spanning op staat en ik ben bang dat de mast helemaal kan afbreken als deze spanning wegvalt. Ik overleg met Hennie en we besluiten toch de klemmen te openen.

Gelukkig, er gebeurt niks… Shit! Er gebeurt niks! De genua krijgen we met geen mogelijkheid naar beneden. Alle vallen zitten knel in de geknakte mast. Het grootzeil krijgen we sowieso niet naar beneden doordat de gleuf waarde leuvers doorlopen verwrongen is. We schakelen over naar Plan B: Bind het zeil zoveel mogelijk bij elkaar. Maar de inmiddels 28 knopen wind verbiedt het ons. Hennie vraagt of het zeil ook door de giek naar de mast kan. ‘Ja natuurlijk! Goed idee.’ En we maken de onderlijkstrekker los en binden het onderste deel van het zeil aan de mast met de schoot van de genua. Het is grappig hoe elke kleine ‘overwinning’ je een energie-boost geeft. Helaas maakt die overwinning snel plaats voor een nieuw probleem. Ik zie dat we al twintig meter zijn verlijerd. “We hebben een krabbend anker!”

Kort leg ik René uit wat hij moet doen. Hij doet zijn best om Fram in de wind te houden en naar hogerwal te varen, maar het is geen gemakkelijke opgave. We gooien het anker opnieuw uit. Dit keer houdt hij nóg minder. De rotsachtige kust van Flevoland komt nu sneller dichterbij. De wind tikt zeven Beaufort aan. We geven gas bij, maar Fram is ontembaar met zijn gebroken mast.


“De golven rollen als vrachttreinen voorbij.”
Op kanaal 16, het noodkanaal, is het inmiddels aardig druk en zijn de eerste reddingsoperaties een feit. Dan vuurt mijn onderbewustzijn vragen op mij af: Hoeveel diesel zit er eigenlijk nog in de tank? Wanneer gaat de storm liggen? Hoelang houden we dit eigenlijk nog vol? Ik weet het niet. We kunnen niet over bakboord terugvaren naar Naarden. We zullen te snel verlijeren en de golven buiten Pampushaven zijn groot en rollen als vrachttreinen voorbij. Het anker houdt ons ook niet. En dan komt dat moment waar je vaak aan hebt gedacht. Het moment dat de situatie groter is dan jezelf aankunt. Het moment waarvoor ik dit jaar nog mijn marifoonexamen heb afgelegd. Het moment dat je de Nederlandse Kustwacht oproept.

“Daar gaan we dan”, zeg ik tegen mezelf en druk de 'press-to-talk' knop in. “Nederlandse Kustwacht, Nederlandse Kustwacht, hier Fram, ontvangt u mij?” Als ik de PTT knop loslaat hoor ik alleen maar het noodverkeer tussen reddingsboot 'Frans Verkade' en Den Helder Rescue. Ik kijk naar de antenne die ongeveer twee meter boven water steekt en met de punt richting die akelige rotsblokken wijst. Direct pak ik mijn iPhone. In mijn favorieten heb ik ooit de KNRM gezet. Het is voor
het eerst dat dit ook daadwerkelijk mijn favoriete nummer is. 'Den Helder Rescue zegt u het maar' klinkt er direct. 'Hier Fram, Papa Alfa 4423, onze mast is gebroken, liggen voor anker in Pampushaven, anker houdt niet, vier man aan boord, geen gewonden, willen assistentie met bergen.' Mijn eigen woorden klinken onwerkelijk en de adrenaline vecht tegen de emoties en andersom. Dit is het punt dat je niet wilt bereiken, waarom moet dit ons nu overkomen? Ik wil de boodschap herhalen, maar de regen op mijn wang heeft het elektronische binnenwerk van mijn telefoon bereikt en Den Helder Rescue reageert niet meer. Gelukkig hoor ik de oproep direct op kanaal 16. Het is goed aangekomen. Ik informeer de crew en zeg dat hulp onderweg is.


“Het is chaos, er zijn te weinig reddingsboten.”
We wachten en proberen de schade beperkt te houden. Over de marifoon horen we de reddingsboot Poseidon in gesprek met Den Helder Rescue: “Het is chaos, er zijn te weinig reddingsboten.” Zelfs de reddingsboten uit Huizen en Spakenburg rukken uit om te helpen op het Markermeer. “Ik ga eerst naar die omgeslagen catamaran en daarna naar die gebroken mast in Pampushaven.”, meldt de Poseidon. Die gebroken mast zijn wij. Het gaat nog even duren dus. We varen opnieuw naar hoger wal en gooien het anker weer uit. Het anker lijkt de moed te hebben opgegeven. “Gas bij!” De commando's zijn nauwelijks verstaanbaar door de harde wind. Het is ploeteren. Het spreekwoordelijke ‘pompen of verzuipen’ schiet door mijn hoofd en lijkt een stuk minder spreekwoordelijk. We hebben de situatie amper onder controle en verlangen nog steeds hulp. En dan zien we de Poseidon. ‘Shit het is geen KNRM’, is mijn eerste gedachte. Spookverhalen van dure sleep- en bergingsbedrijven dwalen door mijn hoofd. Rekeningen van duizenden euro’s achteraf in plaats van je KNRM wimpel laten zien. Even overweeg ik om de hulp te weigeren en te wachten op de jongens van de KNRM. Heel even maar. Want direct zegt een stemmetje in mijn hoofd: ‘Waar ben je mee bezig Floris? We kunnen de boot niet zelf terugvaren, we kunnen nauwelijks de neus in de wind houden, het anker houdt niet en daar zijn de basaltkeien. Kijk daar Floris, 50 meter verderop!’ We gaan met de man in zee.



Als hij langszij komt zie ik dat er een tweede man binnen zit. ‘Ok, dan zal hij nu wel sturen’, denk ik. Hij vraagt hoe hij kan helpen en ik zeg dat de snapshackle van de genuaval los moet zodat we dat zeil kunnen bergen. Hij begrijpt niet wat ik bedoel en ik stap bij hem aan boord en doe het zelf. Dan biedt hij een sleep aan. “Is dat nodig?” “Ja, de golven zetten je zo op de kant”, het Volendamse accent klinkt door zijn woorden. “En maak je maar geen zorgen over de rekening, dat komt wel goed!” De palingvisser kan ook al gedachten lezen. Het opzetten van de sleep gaat uiterst knullig. ‘Waarom stuurt zijn collega die boot niet even om ons heen?’, maar als ik nog een keer kijk snap ik het. Het is geen collega, het is zijn negenjarige zoontje daarbinnen. Er staat helemaal niemand aan het roer.

“Het roer zit direct vast.”
De sleepkabel willen we vastmaken maar komt al op spanning voordat we ‘m vast hebben. Rob en Hennie moeten ‘m loslaten. In een tweede poging lukt het om de lijn vast te maken maar drijft de bergingsboot ons in tegengestelde richting voorbij en de kabel komt tussen ons roer en de romp. Het roer zit direct vast. Wat een prutser. Maar goed, ik heb geen alternatieven. We krijgen de lijn los en dan kan de sleep naar Naarden beginnen.

De 'redder' van de Poseidon heeft ook nog tijd om een tweetbericht te plaatsen met bovenstaande foto.

Na een kwartier zeg ik tegen hem dat we niet zo rechtdoor kunnen varen want we steken 1,60 meter diep. Even naar de vaargeul a.u.b. Het is jammer dat ik hem eraan moet herinneren, maar wat ik veel erger vind is dat dit soort lui in hun eentje (zonder reddingsvest) dit soort acties mogen doen. Bij de KNRM krijg je vier volwassen, getrainde mannen in dry suites. Bij Beun de Haas krijg je een verveeld negenjarig jongetje.

De rest van de sleep gaat goed. We maken de eerste grapjes: “Kunnen we wel onder de Hollandse Brug door?”. En ook het bemanningsprobleem voor de Pinguin Cup in oktober is in een klap opgelost. In de haven varen we op eigen kracht naar de kraan. Mijn schoonvader en mede-eigenaar, Ben Rouwhorst, is direct in de auto gesprongen en maakt foto’s van onze entree. En mijn eigen vader, Lodewijk, toevallig aanwezig met zijn Albin Vega club, staat ons op te wachten.

Langzaam verzamelen andere wedstrijdzeilers zich bij onze gehavende boot. We horen dat de tweede race is afgelast. Een goed besluit dat voor ons net iets te laat kwam. Terwijl wij verslagen voet aan wal zetten en snakken naar een biertje vinden we dat we eerst de troep moeten opruimen.


We beginnen met de rolreefinstallatie los te maken. En dan gebeurt er iets moois. Ongevraagd beginnen de mannen van de Spoom ons te helpen en zie ik Rob van den Akker met een tang in zijn hand de voorstag losmaken. De crew van de Blue Box komt erbij staan en steken hun handen uit. Ook Dingeman Boogert helpt als we de boot moeten omkeren. Het is een warm bad na een koude kermis.


“Het is tijd voor dat biertje.”
Ben helpt mij met de verzekeringspapieren, terwijl Lodewijk en de rest van mijn crew druk zijn met het bergen en intussen foto’s maken voor de verzekering. Als de boot na een uur van zijn geknakte mast is ontdaan, varen we Fram terug naar de box. Het is tijd voor dat biertje. In het clubhuis is de prijsuitreiking allang voorbij en gaat iedereen huiswaarts. We zien dat we achtste van de twaalf zijn geworden. Niet slecht, maar het boeit niet.

De grote winst zat vandaag in iets heel anders. Het zat in de fantastische crew die geweldig heeft gehandeld. Het zat in die leden van R&ZV Naarden die ons spontaan hielpen. Want voor 1 middag maakten ook zij deel uit van de crew van Team Fram.

Crew: Rob, René, Hennie & Floris
Onshore crew: Ben, Lodewijk e.v.a.
Wind: 16-32kn ZZO-NW
Finish: 8 van twaalf

Inmiddels is het een maand later en heeft de verzekeraar FBTO laten weten de schade te vergoeden. Jachtservice Muiden heeft een offerte uitgebracht voor de verzekeraar. 5.100 euro exclusief sleepkosten. Voor onder meer het herstellen en vervangen van de zeereling aan stuurboord, de hekstoel, al het staand want, de rolfokinstallatie, de kraanlijn, de mastvoet (de mast stond bijna 30 graden gedraaid na de breuk) en natuurlijk de mast.